52. Dan verwondert en spyt het mij,dat de Commissie hiermede niet in kennis is gesteld,zegt de Heer Maris. VOORZITTER:In opdracht van hoogerhand moest ik den Raad mededeeling doen. J.A.MARIS:Dus,met andere woorden,is het U verboden geworden de Commissie met een en ander in kennis te stellen. VOORZITTER:Ik heb me gehouden aan den leiddraad van hoogerhand. De Heer J.A.MARIS,constateert,dat de Voorzitterhoewel daartoe in staat, in gebreke is gebleven de Commissie op een of ander manier ter wille te zijn. U zal het.wellicht niet doen,maar laat de Raad kennis nemen van het des betreffend van hoogerhand ontvangen schreven,speciaal dan van dat gedeelte waarin U opdracht ontvangt den Raad mededeelingen te doen,zegt de Heer J.A. MARIS. Spreker wil hierbij nog even vastleggen,dat hem zelfs tot tweemaal toe door den Voorzitter afschrift is geweigerd van een Raadsbesluit. VOORZITTER:Dat is niet geweigerd. J.A.MARIS:U hebt het wel geweigerd en zooals U misschien al wel bekend is heb ik Gedeputeerde Staten met die weigering in kennis gesteld. U hebt me zelfs ook inzage geweigerd. VOORZITTER:Ik heb het niet geweigerd. J.A.MARIS:Mag ik den Secretaris hieromtrent een vraag stellen VOORZITTER:Dat alles is aan mijn zorg overgelaten. J.A.MARIS: U is verplicht,U zorgt,dat ik inzage krijg.Ik zal Gedeputeerde Staten mededeelen,dat U in een publieke zaal hebt medegedeeld,dat U geen afschrift en inzage geweigerd hebt. De VOORZITTER:Leest hierop een schrijven voor van het raadslid J.A.Maris, waarin deze eenige mededeelingen doet,ten aanzien van herhaaldelijk gevraagde te afschrift en inzage van een raadsbesluit en waarin hy zegt pry's stellen op de meening van den Raad omtrent de zijnerzijds uiteengezette handelwijze van den Burgemeester en dan als Raad de belangen van de Ingezetenen te dezer zake voor te staan waar dit behoort. VOORZITTER:Zooals de Heeren hebben gehoord,heb ik reeds medegedeeld,dat er onjuistheden in staan. J.A.MARIS:Welke VOORZITTER:Op 't geheele ding ga ik niet in. J.A.MARIS.Ik heb nog niets ter kennis te brengen.Mijnheer de Voorzitter,ik vraag U het woord in verband met mijn schryven van 16 dezer. Mijne Heeren.Artikel 72 der Gemeentewet is duidelyk.Het geeft aar de inge zetenen het REGHT ter Secretarie inzage te nemen en afschriften te doen ma ken van raadsbesluiten,die niet met geheimhouding zijn bezwaard. ==Verder 53- Verder wijst dat artikel den Burgemeester aan om te zorgen voor de uitoefening van dat recht. Het is nu byna drie weken geleden,dat ik voor de eerste maal mijn verzoek tot den Heer Burgemeester heb gericht en nog is niet aan dat verzoek vol daan. Wat anders dan onwil van den Heer Burgemeester kan hier in het spel z«n 1 De Heer Burgemeester is mij niet genegen. Ik laat echter mjn persoon er buiten,als ik U,mijne heeren,mede raadsle den, vraag.gaat het op,dat een Burgemeester de uitoefening van bj de wet toegekende rechten illusoir maakt voor ingezetenen,die hj minder genegen i is Burgemeesters zyn ook aangewezen om bewyzen van goed gedrag af te geven en bescherming te verleenen aan personen,tegen wien strafbare feiten ge pleegd worden. Stel nu eens,dat een Burgemeester maar zou blijven talmen om in die twee gevallen te doen,wat des Burgemeesters is,indien het betreft ingezetenen, wien hij minder genegen is. 1- Ieder zal zeggen,zoo iets mag niet bestaan;in handen van een dergelijk I Burgemeester zijn de belangen der ingezetenen niet veilig. Een dergelijk talmen voor die twee gevallen,kan voor de betrokkenen nadee- lige,zelfs niet herstelbare gevolgen hebben,maar in den grond van de zaak bestaat er toch geen geschil in het talmen,in die twee gevallen met het talmen door onzen Burgemeesterin de voldoening aan mijn verzoek betreffen de het Raadsbesluit van 19 December 1927. Wy als Raadsleden zitten hier om de belangen der ingezetenen onzer Ge meente te behartigen. Tot die belangen behoort ook,dat er op de bij de wet voorgeschreven wijze gezorgd wordt voor de uitoefening van de aan die ingezetenen by de wet toe- gekende rechten. By artikel 72 der Gemeentewet wordt die zorg in het onderhavige geval ge biedend aan den Burgemeester voorgeschreven. De Raad als zoodanig kan er niets aan doen,dat de Burgemeester die ver- plichting niet nakomt,maar wel zegt artikel 148 der Grondwet:„De Gemeente besturen kunnen de belangen hunner Gemeente en van hare ingezetenen voor staan bij den Koning, by de Staten-Genefcaal en bij de Staten der Provincie, waartoe zij behooren." J Ik doe daarom het volgende voorstel: „De Raad der Gemeente Willemstad,op heden,18 April 1928,in openbare verga dering byeen, Gezien het schryven van den Heer J.A.Maris,Y/zn,dd. 16 April 1928; Gehoord de nadere toelichting van den Heer J.A.Maris,Wzn Vermeenende,dat de handelwijze van den Heer Burgemeester op het verzoek van den

Raadsnotulen

Willemstad: Notulen gemeenteraad, 1927-1995 | 1928 | | pagina 10