6. 27 OCTOBER 1927. De heer van Gend is niet voor een bindende bepaling in het onder werpelyke geval. Het is spreker uit ervaring bekend,dat het veel pret- tiger werkt en er veel meer gedaan wordt,indien men niet aan handen en j voeten gebonden is,dan wanneer dit wel het geval is.Wat hindert het indien het personeel,als het om vier pur klaar is,ook de secretarie verlaat. Het zou onzin zyn het alsdan tooh tot half vyf te laten blijven. De heer Koomans kreeg toch ook hulp toen het drukker werd. De Voorzitter merkt op,dat de heeren Bom en van Drimmelen een jaarwedde van 13OO.genpten. De tegenwoordige ambtenaar ontvangt slechts 800,,dus niemand kan ontkennen,dat we tegenwoordig heel wat voordeeliger af zijn,dan toen de heer Koomans nog Secretaris was. De heer J.A.Maris handhaaft zyn voorstel tot verlenging der se cretarie-uren als boven aangegeven. De verdeeling der uren wil hij gaarne aan Burgemeester en Wethouders overlaten. Het voorstel van den heer Maris wordt hierop in stemming gebracht en met vyf tegen twee stemmen verworpen. Voor stemden de heeren J.A.Maris en A.Oosters,tegenide heeren C.Dane Gz.,J.L.Maris,J.H.Dane,C.A.van Gend en J.A,Knook. De Voorzitter stelt hierop aan de orde het voorstel van Burgemees ter en Wethouders op de jaarwedde van den Gemeentebode,met ingang van 1 Januari 1928,met 200.te verhoogen. Spreker zegt,dat de werkzaamheden aan het bodeschap verbonden van dien aard zijn,dat een billijke verhooging wenschelijk is. De heer Oosters zegt,dat bezuiniging voor den Gemeenteraad het wachtwoord van dezen tijd is en hij acht zich dan ook tegenover zijn kiezers niet verantwoord tot salarisverhooging mede te werken. We moeten,al lus spreker,alles in het werk stellen om belastingverhoo- ging tegen te gaan. De Voorzitter zegt,dat de bode een te geringe bezoldiging geniet 1 in verhouding tot het werk,dat hij doen moet. In de eerste plaats toch vordert de haven aanhoudend toezicht,dan is hij verplicht het Gemeen- tehuis schoon te houden,terwyl hij verder als bode veel en velerlei werk heeft te verrichten. De heer Oosters begrijpt niet,dat hier zooveel meer werkzaamheden voor een bode zijn ontstaan,niettegenstaande het zielental terugloopt. Spreker heeft den eed afgelegd,dat hy de belangen der gemeente zal behartigen en hij kan zijn stem dan ook niet aan salarisverhooging geven De Voorzitter kan niet anders dan voor doeltreffende bezuiniging zyn,doch de boede hier heeft te weinig salaris voor het vele werk en een bezuiniging als de heer Oosters ten dezen wil,staat de Maatschappij voor Nyverheid en Handel geenszins voor. Spreker leest hierop een ge deelte 27 0CT0ÉER 1927. 7. voor uit den bov.enaangehaalden émzendbrief. De heer J.A.Maris merkt op,dat de bode veel te veel werk heeft voor te laag slalaris,volgens den Voorzitterdoch dan zou spreker de zaak willen omkeeren en het aantal diensturen van den bode willen vermin- deren. Vroeger was het niet noodig,dat de bode op secretarie verbleef. Hij wist toen wanneer er werk was en kwam dan op secretarie. Was hy klaar,dan ging hij naar huis en had men her» tusschentyds noodig,dan was hij wel te vinden. Spreker vraagt zich af of we er met de nieuwe regeling welm op zyn vooruitgegaan. De Raad heeft de nieuwe regeling aanvaard,dus dat is afgedaanzegt de Voorzitter. De heer J.H.Dane vindt de bezoldiging niet teveel,indien de bode de ganschen dag op secretarie moet zyn,doch is dat wel noodig,vraagt spreker. In Fijnaart komt de bode zich op vaste tyden aanmelden en daar betaalt men 400.— en in Dinteloord slechts 33Q.— .Onze ge meente leeft boven haar stand. Doordat de bode geregeld op secretarie zit moet 's winters nog een kachel extra branden ook. De bode kon er in zyn vryen tijd best wat bij verdienen. De Voorzitter zegt,dat vroeger de toestand ook niet in orde was, met een oude bode,we weten dat allemaal wel,zegt spreker. We moeten alleen letten op hetgeen belanghebbende voor zijn bezoldiging prestee- ren moet en dan wordt hij thans veel te laag bezoldigd. De heer Oosters vraagt op het niet mogelyk is de zaak van den bode wat meer economischer op te zetten door hem b.v. te belasten met het opnemen van de meters en het incasseeren der gelden voor het G.E.B. De heer J.A.Maris acht dit niet gewenscht. Saarloos is een man van 't vak en 't is wensohelyk,dat die op gezette tijden bij de verbruikers komt. Ook voor controle is dit gewenscht. De heer van Gend weet niet of den bode teveel werk wordt opgedragen. Wel weet hij echter,dat het loon veel te laag is. Hy is toch geregeld gebonden. Laatst was hij om 9 uur nog werkzaam aan de haven. Waarom moet een Stadsarbeiderdie zooveel minder werktjjd heeft zooveel meer verdienen,vraagt spreker Het voorstel van Burgemeester en Wethouders wordt hierop in om vraag gebracht en met 3 tegen 2 stemmen aangenomen. Voor stemden de heeren C.Dane Gzn.,J.L.Maris,J.H.Dane,C.A.van Gend en J.A.Knook,tegen de heeren J.A.Maris en A.Oosters. By volgnummer 16 merkt de heer J.A.Maris op,dat deze post 200.— hooger dan vorig jaar is uitgetrokken. 3!" jaar geleden is een nieuwe machine gekocht en intusschen ook een cyclostyle,alles naar het toen heette om de administratie zoo economisch mogelijk in te richten en niettegen-

Raadsnotulen

Willemstad: Notulen gemeenteraad, 1927-1995 | 1927 | | pagina 4