8 Dat werd toen als niet ter zake doende van de tafel geveegd, want het rioleringsstelsel zou wel voldoen. Dit blijkt achteraf niet waar te zijn en spreker heeft dus gelijk gekregen. Dan is er nog iets. B&w gaan advies vragen over de toestand van de riolering bij het bureau Witteveen en Bos, terwijl dit bureau ook de plannen heeft ontworpen. Uiteraard is de conclusie van dat onderzoek dan, dat de riolering goed is. Een dergelijk onderzoek dient door een neutrale instantie te worden ingesteld. De heer CORNEL zou graag de vraag willen vreten. De heer HOEHDERVANGERS wil concreet stellen, dat de burgemeester o.a. heeft gezegd: "Bij nader onderzoek is gemeentewerken gaan twijfelen en er blijkt, dat er inderdaad omstandigheden bekend zouden kunnen worden, die voor rekening van de gemeente zouden kunnen komen". Daarover is dus gepraat. Er zijn twijfels gerezen. Spreker wi1 weten: Ie. welke twijfels zijn dit 2e. het antwoord op zijn beschuldiging van het aansluiten van buizen 70 op 50 3e. waarom het aandeel in de bemalingskosten bij het bouwrijpmaken van Zuid in 1967 niet is uitgevoerd en de persleiding wel is aangebracht. De heer CORNEL wil met vraag 3 beginnen. Bij ieder gedeelte van een bestemmingsplan zal in de exploitatie-opzet een aandeel in de bemalingskosten worden aangetroffen. Mé de bui van 28 juli vorig jaar is gebleken, dat de gemaalcapaciteit tekort komt. Het vermoeden hiervan leefde al langer. Met behulp van net aandeel, dat elke exploitatie- opzèt levert, wordt dus nu het gemaal verzwaard. In 1967 was de noodzaak daartoe nog niet aanwezig. De heer HOENDERVANGERS heeft ais groot bezwaar, dat men de feiten had kunnen voorzien, want met het opstellen van de begroting voor het bouwrijp maken bewijst weer - en het wordt daarin zelfs voorspeld - dat er voorzieningen getroffen moeten worden. Het eerste wat dan gedaan moet worden is de bemalings capaciteit zodanig maken, dat aan zulke culamiteiten het hoofd kan worden ge boden. En dat juist is verzuimd. De heer CORNEL antwoordt, dat t.a.v. de kosten de opmerkingen van de heer Hoendervangers juist zijn. De kosten zijn ingebracht en daarmee is re kening gehouden. Alleen was er in de periode 1967 niets aan de hand. Vanaf de jaren 1964 tot aan 1963 heeft er zich in Zuid lil niets voorgedaan. De heer HOENDERVANGERS wijt dat aan het niet voor komen van zware regen val of overtollig regenwater. Anders had zich immers het gebrek aan voldoende afvoercapaciteit eerder moeten openbaren. Dat ontheft de gemeente echter niet van de plicht om die zaken uit te voeren, waarvoor geld beschikbaar is ge steld. De heer CORNEL acht deze opmerking niet helemaal juist. Normaliter vindt men bij elk bestemmingsplan, wanneer voor het uitvoeren in fasen telkens aan de raad crediet wordt gevraagd, een mootje terug voor dat deel bemalings kosten, wat straks in totaliteit nodig is. Dat houdt nog niet in, dat het ge voteerde bedrag direct wordt besteed. In 1967, wanneer voor het eerst ten zuiden van de Anjerstraat wordt geopereerd, doet zich in Zuid niets voor, want het totale stelsel was oorspronkelijk gebaseerd op het gebied tot An jerstraat en tot de Van Brabantstraat. Op het moment, dat de credieten ge vraagd worden is directe besteding nog niet nodig. Ook in de fase 1969 is een deel van de bemalingskosten terug te vinden, zo ook in de fasen 1970, 1972 en 1973- Zolang er na .1967 ten zuiden van de Anjerstraat niet werd gebouwd waren er geen moeilijkheden, omdat de riolering daar als berging kan fungeren. Nu het zover is gekomen, dat het hoogst noodzakelijk wordt, omdat het door de praktijk is gebleken. Nu pas is de gemeente genoodzaakt geworden deze maatregelen uit te voeren.

Raadsnotulen

Steenbergen: Notulen gemeenteraad, 1920-1996 | 1973 | | pagina 85