Ik ga thans niet meer in op de diverse hoofdstukken, waarover door mij vragen zijn gesteld en waarvan de antwoorden voor mij onbevredigend waren, ik wil mij beperken tot een zakelijke benadering van dit voorstel en ik zal volstaan met het bespreken van de voornaamste facetten. Ik merk nog op dat ik op de leden van de grootste fractie van deze raad, de Steenbergse Belangen Partij, waarvan ik de eer heb fractieleider te zijn geen enkele dwahg neb uitgeoefend om mijn inzichten aan hen op te dringen. Vanzelfsprekend m.d.v. is de standpuntbepaling van deze leden straks een test-case voor het vertrouwen dat zij in hun partijvoorzitter stellen. Verder heb ik met geen enkel lid of fractie een afspraak. Ik beschouw dit voorstel, ongeacht of dit wordt aangenomen of afgewezen zó belangrijk voor onze gemeente dat gelijk of ongelijk, prestige of politiek geen rol speelt. Het is een uitei'st principiële zaak, die volgens mij onvoldoende is uitge diept. Het is voorts een kwestie van belangenbehartiging van de Steenbergse burger. Ieder die over dit voorstel moet beslissen heeft zijn eigen verant- woordelijkheidTot nu toe m.d.v. hebben bepaalde overlegorganen, zoals dïe waarvan onze gemeente lid is, zich beperkt tot overleg tussen burgemeesters. Dit voorstel behelst definitieve toetreding en verzwaring van gemeenschappe lijke regelingen met alle daaraan verbonden financiële verplichtingen van dien. Dit itreekgewast zal rechtspersoonlijkheid dienen te verwerven. Wanneer straks zaken moeten worden gedaan, de rekeningen aan de gemeente zullen warden ge presenteerd en da lasten worden opgelegd zal men duidelijke motieven moeten aanvoeren om @r andar uit te komen, Er zijn naast de 1/ hoofdstukken en de 48 artikelen die er in Wouw zijn door- gijast en waarover ik verder zwijg redenen waarom ik straks aan de secre taris zal vragen te noteren waarom ik geacht zal worden te hebben tegenge stemd. De eerste reden betreft de opstelling van Prpy,Staten Eind 1970 hebban G.S. de discussienota samenwdrkingeyerbartden betreffende de indeling laten verschijnen, die samengesteld was door de P.P.D. Gelijktijdig verscheen een tweede nota Bestuurlijke Organisatie, Beide rapporten werdan voor de eerste maai op 19 februari 1971 gelijktijdig behandeld. Niet geconfronteerd met een gemeentelijk chauvinisme en in de gelegenheid zijnde afstand te nemen van een belangenkwestie heb ik na de mening van da woordvoerders van de politieke par tijen K.V.P., progressief akkoord, V.V.D., D'66, Comm. te hebben afgewogen het grote belang van een sterk en groot gewest onderkend. Op 14 september 1972, ruim 1| jaar later, is opnieuw ean volle dag aan de Be stuurlijke Organisatie besteed, waarbij Westelijk Brabant centraal stond. De keiharde overtuiging was, te handelen volgens de opvatting van het streekplan Westelijk Brabant en de plaatsen van de We&t-Brabantse stedenrug Bergen op Zoom - Roosendaal - Etten-^sur - Breda en Qostertroat in één groot gewest opnemen. Ik durf hier te spreken van een hard en unaniem algemeen stand punt. Men^heeft zich uitgesproken voor aanwending van bevoegdheden zohder uitzondering om één gewestvorming voor Westelijk Brabant na te streven. En vooruitlopend op de toekomstige wet op de gewesten is G.S. geadviseerd de gewestelijke inde ling te doen plaats hebben volgens kaart III. De kaart m.d.v. behoort bij het advies van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aan de Minister van Binnen landse Zaken en is op 11 oktober 1972 uitgegaan. Ik ben van oordeel en hiermee kom, ik terug op het verwijt van de voorzitters van het hele gewest, dat dit besluit tot stand is gekomen na vrije discussie op het beste democratische niveau en dat mijn? wens„is (ik bevind mij in goed gezelschap) dat de gemeen- sohappelijke regeling dit pen gewestvorm beoogt -niet moet worden goedgekeurd als zij de uiteindelijks vorming van één groot gewest niet tot doel heeft. Nu kom ik aan da tweede reden. Het is nu 10 jaar geleden dat het bekende verdrag tussen N. en 8, werd afgesloten betreffende de verbinding tussen Schelde en Rijn, Voor 1978 zal dit technisch meesterstuk ean feit zijn, Ik stel voorop dat ik hartgrondig hoop, dat het door Bergen op Zoom nagestreefde zeehaven- en binnenhavencomplex in het Oosterscheldebekken geen illusie zal blijken te zijn. Aan onze raad is een paar jaar geleden ten sta.dhulze van Bergen op Zoom het struk- tuurpian op kaart getoond waarbij de heren de Ranitz en Vianen een en ander hebben téegeiicht.

Raadsnotulen

Steenbergen: Notulen gemeenteraad, 1920-1996 | 1973 | | pagina 4