83 2 8. 0T J035 dhr. HERBERS. De verordening is opge zonden 31 Mei 1936. We hebben nu 28 October 1936, en al dien tijd is de ver ordening bij Ged. Staten gebleven. Men moet toch in den Bosch wel weten dat deze zaak urgent is. Wanneer straks de- verordening wordt goedgekeurd zullen de menschen weer genoodzaakt zijn om alles op korten termijn te betalen. Verder is het jammer dat bezwaar gemaakt wordt tegen de verminderde heffing voor eigen dommen gelegen aan de provinciale wegen De financieele Commissie heeft deze aan gelegenheid ter dege overwogen én méén de .aldus te moeten handelen om oppositie te voorkomen,. Hier is ook nog een voor stel gedaan, om alles op de bebouwde kom te verhalen, doch leek me te egois- tisch. De opmerkingen van den Bosch zijn bovendien al niet juist omdat wij hier de plaatselijke verhoudingen toch veel beter kennen. Wij moeten daarom trachten onze eigen boontjes te doppen. Als we in alles den Bosch maar gelijk geven, kan er wel gezongen worden „Dat gaat naar Den Bosch toe", maar de belastingbe talers zullen zingen „wie zal dat betalen enz." Den Bosch mengt zich te veel in zaken die absoluut op ons terrein liggen Ik stel daarom voor, om aan Den Bosch te bericnten, dat de Raad de verordening niet zal wijzigen. We moeten toch toonen dat we ook nog wat te zeggen hebben en anders zoo noodig onze tanden eens laten zien. VOORZ. Ik geloof dat uw conclusie niet heelemaal juist is. Misschien heb ik me ook eenigszins onduidelijk uitgedrukt. Ged. Staten hebben ons niet voorge schreven om de verordening te wijzigen maar alleen de verwachting uitgesproken dat de Kroon de verordening niet zal goed keuren indien de zooeven genoemde bé- palingen daarin gehandhaafd blijven. In den Bosch heeft men ons gezegd dat men zich heel goed kan voorstellen waarom de Raad de heffing voor de eigendommen gelegen aan provinciale we gen aldus geregeld had, maar de vraag is wat Den Haag zal doen. De aanmerkingen die Ged. Staten ma ken zijn dus zuiver informatorisch. dhr. HERBERS. Dat kan ik me voor stellen. Ik vermoedde trouwens wel dat het voorstel zou kelderen, maar ik wilde er toch mijn meening over zeggen.

Raadsnotulen

Steenbergen: Notulen gemeenteraad, 1920-1996 | 1936 | | pagina 84