3. SEP. 19Zê fc 9 ae conclusie gekomen, dat de Commissie zoo voordeelig mogelijk te werk wenscht te gaan. Ik acht het 't beste dat het tweede advies wordt aangenomen, en dat dc Raad besluit tot den douw van een noodslachthuis. r dhr. BROOIJMANS. Ik heb zoo juist gehoord dat de architect op reis zal moeten, om hier en daar zijn licht eens op te steken. Wa|ar dient nu dat rond reizen toch voor? dhr. v. LOON. Ik ben van mee.-ling dat het wel degelijk zijn nut kan heb ben, als de Architect hier en daar eens een kijkje gaat nemen. dhr. v. HEREL, vraagt om ter zake ook het advies van den Inspecteur van den Veeartsenijkundigen dienst in te win nen. dhr. SWAGEMAKERS stelt voor om zoo spoedig mogelijk over te gaan tot ae stichting van een noodslachthuis. dhr. v. BERGEN steunt het voorstel van den heer Swagemakers .onder voor waarde dat daarin ook het rapport der financieele Commissie van vorig jaar zal worden opgenomen. Na nog eenige discussie wordt liet voor stel van den heer Swagemakers, om over te gaan tot de stichting van een nood slachthuis, en hierbij het in 1925 door dc financieele Commissie uitgebracht ad vies in acht te nemen met algemeene stemmen aangenomen. U. Rapport d.d. 17 Juli 1926 van de Commissie van Openbare Werken betref fende den reinigingsdienst van 'faeaaliën VOORZ. Ik stel voor B. en W. te mach tigen tot het opmaken eener exploitatie rekening, en deze zaak verder af te af te handelen, bij de behandeling der begrooting. dhr. MOORS. Ik ben van mee hing dat zoo Spoedig mogelijk dient te worden in gegrepen, omdat momenteel de loestand onhoudbaar is. dhr. v. HEREL. vraagt of B. en W. dan tevens willen uitzien naar iemand die genegen is de faecaliën le ruimen. VOORZ. Ik ben gaarne bereid aan Uw verzoek te voldoen, doch ik' vrees dat hiervoor geen geschikt persoon te vinden zal zijnDe vorige maal is cr wel iemand komen opdagen doch die was veel te duur. Het voorstel van den Voorzitter wordt hierna met algemeene stemmen aange nomen. o. Verzoek d.d. 15 Juni 1926 van de

Raadsnotulen

Steenbergen: Notulen gemeenteraad, 1920-1996 | 1926 | | pagina 57