74 2 9. DEC. 1920 blijven zoolang in de vacature is voorzien, docb dat we gerechtigd zijn het ontslag te bepalen op 1 April betwijfel ik. dhr. BERBERS. Wat de heer ïheumsse mededeelt omtrent de familieomstandigheid van den heer Mol, daarvan was ik niet op de hoogte, anders had ik het voorstel niet gedaan. Ik zou nu ook het ontslag willen verleenen met 1 Februari als de heer Mol dit zoo lang wilt doen, temeer nu er in de vacature kan worden voorzien. dhr. BASELIER. Ik kan me zeer goed vereenigen om het ontslag met 1 lebruati te verleenen. Doch een klein woord. Ik ga vol komen accoord met de woorden van hulde door onzen Voorz. aan den heer Mol gebracht. Als iemand een arbeidsveld achter den rug heeft dan is het de heer Mol. Ik geloof echter dat wij tekort geschoten zijn bij de herdenking van zijn 40-jarig jubelfeest als hoofd. VOORZ. Dit is niet aan de orde, we moeten bij de agenda blijven, straks kunt u daarover spreken. Het voorstel van B. en W. om aan den heer Mol eervol ontslag te verleenen met ingang van 1 Februari 1921 wordt met algemeene stemmen aangenomen. b. Verzoek van het R. K. kerkbestuur te Kruisland inzake school bouw. De VOORZ. leest dit verzoek, waarin het kerkbestuur te kennen geeft, dat de Kerkelijke Overheid gaarne zou zien dat de school te Kruisland verbouwd werd, volgens het plan van den heer C. Bennaars, architect te Roosen daal. Mocht de raad hiertoe niet kunnen be sluiten dan zal het kerkbestuur, hoe ongaarne ook, zich genoodzaakt zien over te gaan tot het bouwen van een nieuwe school, waarvoor be reids reeds vergunning is verkregen. VOORZ. Ik meen dat in de vorige verga dering het standpunt van B. en Wvoldoende is uiteengezet. We hebben hier niets aan toe te voegen. dhr. BASELIER zegt de school te hebben opgenomen en gaat accoord met den pastoor van Kruisland om te bouwen volgens het plan Bennaars. dhr. BOGERS. Op het gebied van bouw kunde ben ik geen deskundige, ik heb de platte grond wel gezien, doch kan me dan direct geen juist inzicht vormen. Doch ik ben te Kruisland geweest en heb de school bezocht, en moet zeggen als men ze van buiten ziet staan is ze thans niet mooi. Eene school in eene plaats is gewoonlijk mooi en moet zijn een 3

Raadsnotulen

Steenbergen: Notulen gemeenteraad, 1920-1996 | 1920 | | pagina 75