6 VERGADERING VAN 30 AUGUSTUS 1921. dan is het gebeurd, omdat men wist dat het hoofd onzer gemeente niet gemakkelijk voor het plan der electrificatie zou te vinden zijn, wanneer niet een groot gedeelte onzer gemeente van een ondergrondsch net zou worden voor zien. En toch meen ik, dat werkelijk ook die groote kosten van f212.000.niet zouden behoeven te worden gemaakt. Wanneer men op het oogenblik overgaat tot het bouwen van een 10.000 Volts distributienet, dan geloof ik, dat dit moment niet behoeft besloten te worden om het tegen woordige ondergrondsche net zoodanig om te bouwen, dat het vervangen wordt door een ondergrondsch net. Ik ben er van overtuigd, dat het zeker voor een tiental jaren bruik baar gemaakt kan worden voor de distributie van den electrischen stroom, maar eene andere vraag is, of het uit een oogpunt van prijspolitiek van belang is om op dit moment over te gaan tot het bouwen van een ondergrondsch net en dan heb ik voor mij de overtuiging, dat de prij zen van het materiaal thans zoo laag gedaald zijn, dat in de toekomst eene stijging is te voorzien, zoodat, wanneer men daarop wil besparen, men op dit moment het offer moet brengen, dat gevraagd wordt. In het kort resumeerende: willen wij onze electriciteit in stand houden en willen wij niet een ontzettend verlies lijden, dat in de gegeven omstandigheden niet gemoti veerd is, dan meen ik, dat de Raad niet anders kan be sluiten, dan tot aansluiting aan de P.N.E.M. Ten tweede ben ik van oordeel, dat, wil men bezuiniging op die aan sluiting doen plaats hebben, men dan wel zou kunnen volstaan met den aanleg van een 10.000 Volts ondergrondsch distributienet en behoud van het tegenwoordig bestaande bovengrondsch net, maar dat het verstandig zou zijn werkelijk aan te nemen het voorstel, dat de adviseur heeft gedaan. De heer Braat. Mijnheer de Voorzitter. U sprak daar over straatverlichting, maar de straatverlichting is daar toch in begrepen? De Voorzitter. Er staat niets in omtrent het vervangen van de gaslantaarns door electrisc'ne. De tweehonderd en tachtig gaslantaarns wil ik in electrische lantaarns omzetten en dat kost per lantaarn toch minstens twintig gulden. U zult ons toch geen gas voor straatverlichting geven, wanneer wij electrisch' licht hebben? Ik hoop toch, dat wij, wanneer wij een nieuw net zullen hebben, het gas licht niet meer zullen moeten behouden. De heer Verheijen: De omstandigheid van de electri sche straatverlichting kunnen wii eigenlijk gevoegelijk er buiten houden. De electrische straatverlichting is een post, die zich in ontvangst en uitgaaf absoluut moet dekken. De Voorzitter. Dat is niet mijne bedoeling. Ik bedoel, dat er geen kapitaalpost voor aanleg op staat, evenmin als er een kapitaalpost is uitgetrokken voor de zeven honderd aansluitingen, waarop gerekend wordt. Ik oordeel, dat elke aansluiting den stroomverbruiker gratis moet worden ge geven tot aan den meter, en dat voor elke aansluiting! een bedrag van twintig gulden ten laste van het bedrijf zal 'komen als kosten van den aanleg der verbinding van den kabel met den meter. Ik wil volstrekt niet den boeman spelen, maar ik wil ook de zaak niet verbloemen. Wij moeten erkennen, dat, wanneer wij onze berekening maken van het nieuwe net, daarbij in acht genomen moeten worden de niet op de crisisschuld overgebrachte f65.000.van het bestaande net. Nu heb ik niets gevondeji Voor lantaarns en ik heb ook niets gevonden voor de zeven honderd aansluitingen, die ik voor mij op twintig gulden per aansluiting reken, evenmin als ik gevonden heb de kosten van aankoop van het stukje grond enz. Laten wij toch de geheele gemeente niet gaan dupeeren. Ik heb met een enkel woord hooren zeggen, dat er slechts ongeveer tweehonderd vijf en zeventig gedupeerd worden, als wij geen net zouden bouwen. Laten wij bedenken, dat feitelijk niet zij, die electriciteit hebben, maar heel de gemeente heeft te betalen. Er zijn 3500 wo ningen in de gemeente, waarvan er nu nog geen drie hon derd zijn geëlectrificeerd. De heer Verheijen: Mijnheer de Voorzitter. Laat mij even herhalen, dat de electriciteit in Roosendaal absoluut tegen gewerkt js door onze onverstandige prijzenpolitiek en op de tweede plaats, dat het electrisch "bedrijf niet het ver trouwen heeft van het Roosendaalsch publiek, dat wij al leen door een daad, door het inrichten van een behoorlijk net kunnen overwinnen en dat vermoedelijk in de leiding eenige wijziging zal dienen te worden aangebracht. De Voorzitter: Dan zijn wij het suikerpotje van de gas fabriek kwijt. De heer Verheijen: Wanneer dat werkelijk bestaat, dan dient daar een hartig woordje over gezegd te worden. Wanneer op dit moment jn het gasbedrijf een eenigszins meer dan normale winst wordt gemaakt, dan is dat ge beurd tegen de uitdrukkelijk uitgesproken bedoeling van de Bedrijvencommissie en ook tegen de bedoeling van den Raad. De Voorzitter: Ik heb te hooi en te gras moeten ver nemen, dat het gasbedrijf over 1920 in ronde cijfers f40.000.winst zou hebben afgeworpen. Officieele cijfers heb ik niet ontvangen. In de vorige vergadering heb ik echter reeds gezegd, dat er dit jaar geen winst zou zijn te boeken. Wanneer wij nu nog eens beginnen met de electrificatie, dan zal dat bedrijf wederom den hoofdelijken omslag druk ken. Voor mij is een van de zaken, te trachten te verkrij gen, dat de lichtfabrieken geheel en al komen ten laste van de lichtverbruikersik bedoel, dat die verbruikers alleen de kosten hebben te betalen. Wij moeten er vooral reke ning mede houden, dat wij nu elk jaar f60.000.op de begrooting hebben te plaatsen, alleen voor drie honderd ge zinnen, die electrisch licht hebben en dat moeten wij juist trachten te vermijden. Nu kunt U gas en electriciteit aan elkaar koppelen, daar kan ik mij heel goed mede vereeni gen en dan moet de een den ander maar helpen, maal laat ons toch het verlies niet op rekening van den hoofdelijken omslag zetten. Men gebruikt toch al genoeg als agitatie middel de mededeeling, dat wij hier alles moeten dekken met den hoofdelijken omslag. De heer Verheijen: Mijnheer de Voorzitter- Laat ik even vaststellen, dat, wanneer wij op dit oogenblik heel de zaak stopzetten, wij onherroepelijk het tekort op den hoofdelijken omslag leggen. Wij hebben niet de keuze tusschen het eene en het andere. De Voorzitter: Ik zal er niet verder over uitweiden; ik heb de keerzijde van de medaille willen laten zien en er is 7 VERGADERING VAN 30 AUGUSTUS 1921. niemand van de voorstanders, die de keerzijde van de me daille graag ziet. De heer Verheijen: Ik heb de keerzijde van de medaille aanvaard, maar ik heb ook enkele fouten aangewezen en enkele middelen aangegeven om niet te loopen in het spoor, dat wij tot nu toe gevolgd hebben. De Voorzitter: Ik kan mij niet voorstellen, dat wij het bedrijf kunnen inrichten en in werking brengen met het voorgestelde bedrag. Ik acht dit te laag- Wanneer men het daarmede niet eens is, dan zou ik graag zien. dat dit werd weerlegd. De heer Braat: De begrooting van den adviseur is, zoo als U weet, f 110.000.Daar is alles in begrepen wat de electriciteit aangaat, behalve de aansluitingen. De Voorzitter: Er komt nog bij 28.000.— en boven dien voor aankoop van De heer Braat: En voor aankoop van meters f 11.000. dat is te samen f39.000.Maar ik meen, dat wij, wanneer wij van die 39.000.voorloopig de helft nemen, daar mede wel zullen uitkomen, want het zal wel niet zoo'n vaart nemen, dat direct heel de gemeente zal aansluiten. Ik neem de schatting van het aantal aansluitingen zoo op, dat bedoeld is, dat die zijn te krijgen binnen enkele jaren, dat zal niet zoo direct gebeuren en wanneer wij van die 39-000.— 20.000.— afnemen, dan kost ons net 130.000.—. Dan geloof ik, dat wij daarmede voorloopig kunnen volstaan. De Voorzitter: U heeft nog 10% verlies voor de eerste jaren te rekenen. U kunt er desnoods 5% voor nemen, maar in elk geval moet toch het verlies gedekt worden. De heer Braat: Daar behoeven we toch niet voor te leenen? De Voorzitter: Waar moet dat geld dan vandaan komen? Uit de gemeentekas halen? De heer Braat: Wanneer er verlies is, hebben wij toch niet te leenen? De Voorzitter: Wanneer wij voor een bedrijf gaan lee nen, moeten wij daarmede rekening houden. Ik heb daar voor nu maar een willekeurig cijfer van 10% genomen. Zou het later meevallen, dan zouden wij wat meer kunnen af lossen- De heer Braat: Maar Mijnheer de Voorzitter, wanneer wij uit onze berekening opmaken, dat de nieuwe exploitatie maar 110.000. zal kosten, dan is dunkt mij gauw beslo ten wat er gedaan moet worden. Wij moeten toch het elec triciteitsnet aanleggen, daar gaat niets af. De electriciteit moet er komen, nu vandaag of morgen en de eerste jaren zullen wij altijd eenig verlies lijden. Op het oogenblik is er ook verlies. Voor mij ligt het dus voor de hand, dat er niets anders te doen is dan aan te sluiten- De Voorzitter: Wanneer de Commissie ons voorstelt eene geldleening aan te gaan, dan moet die geldleening zoo hoog zijn, dat daarmede alle te voorziene kosten kunnen worden gedekt. Dat zegt nog niet, dat dit kapitaal er moet komen, het zegt alleen, dat Burgemeester en Wethouders de mach tiging van den Raad zullen moeten bezitten om zoover te kunnen gaan. Laat ons niet een net beginnen te bouwen en dan later weer aankomen om er twintig of dertig duizend gulden bij te doen. Daarom heb ik de cijfers zoo voor mij genomen. Maar ik kan niet begrijpen, wat U er tegen kunt hebben om te zorgen, dat U voldoende crediet krijgt om de electrificatie voor Roosendaal te doen zijn wat zij moet worden. Daar straks heeft de heer Verheijen gezegd, dat ik er zoo tuk op ben om een ondergrondschen kabel te hebben, dat wil ik gaarne erkennen, maar hij moet niet vergeten, dat reeds een raadsbesluit daartoe genomen is. De heer Verheijen: Wanneer veranderde omstandigheden het wenschelijk maken een ander net te leggen, dan kunnen wij een ander raadsbesluit nemen. De Voorzitter. Zoolang dat niet is teruggenomen, kan er geen verandering in gebracht worden en wanneer ik voor de schoonheid van Roosendaal liever zie een ondergrondsch net De heer Verheijen: Men zou kunnen zeggen, het is zwaarder en er wordt daardoor een grooter bedrag in het bedrijf gestoken, dus laten wij het niet doen- De Voorzitter. Ik zal het voorstel van de Commissie in omvraag brengen. Ik hoop, dat de Commissie later niet om een hooger bedrag bij den Gemeenteraad zal behoeven te komen. De heer Verheijen: Ja, nog een enkel woord over het be- diag der leening. Wanneer U het besluit vandaag zoodanig maakt, dat de hoegrootheid van de leening bepaald moet worden, dan sta ik geheel aan Uwe zijde, maar wanneer men zegt, wij hebben iets noodig voor het risico, dat er in is gelegen, aan het te bouwen net zal nog eenige uitbreiding moeten gegeven worden ,voor aankoop is nog een bedrag noodig, dan zou dit wel degelijk gewenscht kunnen maken de leening niet vast te stellen op f150.000.— maar op 225.0001 De Voorzitter: Het besluit ligt bij de stukken; daarin stelt de Commissie zelf voor om het bedrag op f 130 000 te stellen. Dat acht ik te weinig. De heer Braat: Ik heb gezegd, dat op 't oogenblik over Re leening niet kan beslist worden, omdat het net nog moet aanbesteed worden. De Voorzitter: U moet mij niet willen blinddoeken Wan neer een bedrag van 250.000— noodig is, stel dan maar gerust voor, dat wij tot hoogstens f250.000.— mogen gaan anders niets. Ik zal U feliciteeren wanneer U dat net kunt gemaakt krijgen voor f 130.000— dan zal ik de eerste zijn die U feliciteert met het succes- Wanneer de Raad er toe wil besluiten, heb ik er niets tegen, al kost het drie ton. De heer Braat: Daar hebben wij toch een adviseur voor genomen, waar wij op aan kunnen. De eerste begrooting is 99.000— daar heeft hij nog f 10.000— bij gedaan en op het oogenblik is de begrooting f 110-000.—. Een man, die dagelijks niets anders doet, zal het toch wel weten' Wan neer wij daar niet op aan konden, dan hadden wij het wel zonder adviseur kunnen doen. De Voorzitter: Die man heeft zich in het te leenen bedrag ei-gust. Hij kan zich evengoed vergissen als ieder ander. IK heb U al twee dingen aangetoond, waaraan hij niet heeft gedacht. Hij heeft zich ook in de eerste begrooting vergist, dat weet U toch ook. U heeft toch zelf gezien, dat hij de eerste begrooting met f 28.000verhoogd heeft. De heer Braat: Hij kan zich vergissen in het verbruik, Aanleg electriciteitsnet en contract levering electrischeschen stroom met de P.N.E.M. Aanleg electriciteitsnet en contract levering electrischen stroom met de P.N.E.M.

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1918-1935 | 1921 | | pagina 52