24 VERGADERING VAN 15 OOTOBER 1018. Artikel 8. De jaarwedden, vergoedingen en verdere toelagen, waarop de ambtenaren en beambten van politie krachtens deze ver ordening aanspraak hebben, daaronder begrepen de even tueel aan hunne betrekking verbonden vaste inkomsten, be doeld in artikel 2, sub H, der Pensioenwet voor de gemeente ambtenaren 1913, gelden als de bedragen, waarop hunne pensioensgrondslagen voorloopig zijn geregeld. Artikel 9. Del ambtenaren en beambten van politie, die door den Bur gemeester daarvoor worden aangewezen, genieten wegens het gebruik van een eigen rijwiel in politiedienst eene rij wieltoelage van vijftig gulden 's jaars. Artikel 10. Aan de beambten van politie wordt voor dienst in hun vrijen tijd op last van den Burgemeester verricht eene be looning toegekend op Zondag van vijftig cent per uur en op de andere dgen van dertig cent per uur. Artikel 11. De Burgemeester is bevoegd: a. een ambtenaar of beambte van politie buiten vacature tot een hoogeren rang te bevorderen, mits gedrag, geschikt heid en bekwaamheid van dien ambtenaar of beambte hem daartoe aanleiding geven, en b. de ancienniteitsverhoogingen van een ambtenaar of be ambte van politie één jaar vroeger toe te kennen, dan bij artikel 2 dezer verordening is bepaald. Artikel 12. Het maximum aantal van de in artikel 1 dezer verordening genoemde ambtenaren en beambten van politie wordt afhan kelijk gesteld van de jaarlijks daarvoor bij de begrooting be schikbaar gestelde gelden. Artikel 13. De Burgemeester regelt bij afzonderlijke verordening de voorwaarden van aanstelling der ambtenaren en beambten van politie en stelt hunne instructiën vast. Artikel 14. De jaarwedden, vergoedingen en verhoogingen, in deze verordening aan het politie-personeel toegekend, worden uit betaald op mandaten, af te geven door Burgemeester en Wet houders, zoo, dat de uitbetalingen door den gemeentei-ont- vanger op zijne kantooruren kunnen geschieden als volgt: A. voor de ambtenaren: 1. de jaarwedde op den eersten kantoordag van elke maand telkens voor een twaalfde; 2. de woningtoelage in vier gelijke termijnen te weten op den eersten kantoordag van de maanden Januari, April, Juli en October van elk jaar; 3. de verhoogingen voor diploma's, de kinder- en de rijwiel toelage in twee gelijke termijnen, te weten op den eersten kantoordag der maanden Januari en Juli van elk jaar. B. Voor de beambten: 1. de jaarwedde, de woning- en de kindertoelage op den eersten kantoordag van elke week, telkens voor een twee en vijftigste; 2. de verhoogingen voor diploma's en de rijwieltoelage in twee gelijke termijnen en wel op den eersten kantoordag van de maanden Januari en Juli van elk jaar; 3. de belooning voor dienst in hun vrijen tijd op den eersten kantoordag van de maanden Januari en Juli van elk jaar. Artikel 15. Wanneer ter uitvoering va door den Burgemeester gege ven opdrachten, ambtenaren of beambten van politie, in deize verordening genoemd, zich buiten de gemeente moeten be geven, worden de door hen te maken reis- en verblijfkosten door de gemeente vergoed. De daarvoor in te dienen decla- ratiën behoeven echter vooraf de goedkeuring van den Bur gemeester. Ariikel 16. De ambtenaren en beambten van politie hebben ieder kalen derjaar recht op verlof, de ambtenaren van veertien, de be ambten van acht werkdagen. In bijzondere gevallen kan dit aantal door den Burgemeester worden vergroot. Verlof wordt verleend: aan de ambtenaren van politie door den Burgemeester; aan de beambten van politie voor één dag of korter door den Inspecteur, en voor langer dan één dag door den Burgemeester. Artikel 17. Den ambtenaren of beambten van politie, die ingevolge de bepalingen van de Militie-, de Landweer- of de Landstorm wet verplicht zijn onder de wapenen of in werkelijken dienst te komen wordt voor den duur daarvan verlof verleend met behoud der jaarwedde. Het behoud van jaarwedde kan vervallen, indien bij wijze van algemeenen maatregel voo,r alle ambtenaren der ge meente eene bijzondere regeling omtrent dit punt wordt ge troffen. Artikel 18. Aan de ambtenaren en beambten van politie, aan wie door den Burgemeester na overlegging eener geneeskundige ver klaring verlof wegens ziekte wordt verleend, wordt dit ver lof met behoud der wedde niet langer toegestaan dan gedu rende twaalf achtereenvolgende maanden. Blijkt na het verstrijken van die twaalf maanden uit eene alsdan opnieuw over te leggen geneeskundige verklaring, dat de ambtenaar of beambte nog niet in staat is zijne werk zaamheden te hervatten, dan wordt hem door den Burge meester doch gedurende niet langer dan de zes volgende maanden nogmaals verlof verleeend onder inhouding van het een derde gedeelte der wedde. Bij verdere verhindering wordt voor ieder bepaald geval door den Burgemeester eene afzonderlijke regeling getrofen. Ziekteperioden van elkaar gescheiden door minder dan eene maand worden voor de toepassing van dit artikel bijeen gevoegd. Artikel 19, Bij vertrek, ontslag, schorsing of overlijden van een amb tenaar of beambte van politie regelt de Burgemeester de wijze van afrekening, echter met dien verstande, dat op man daten, af te geven door Burgemeester en Wethouders, alle 25 VERGADERING VAN 15 OOTOBER 1918. betalingen kunneai geschieden binnen veertien dagen nadat de betrekking is opengevallen, de schorsing heeft opgehouden of het overlijden heeft plaats gehad. Bij vertrek of ontslag worden de jaarwedden uitbetaald tot den dag, waarop het vertrek of ontslag ingaat. Bij schorsing kan voor den duur daarvan gedeeltelijke in houding van jaarwedde geschieden tot ten hoogste vijftig procent; bij iedere schorsing door den Burgemeester te be palen. Bij overlijden wordt de jaarwedde, waarnaar de pensioens storting is geschied, aan de naar het oordeel van den Burge meester daarvoor het meest in aanmerking komende bloed of aanverwanten van den overleden ambtenaar of beambte, uitgekeerd tot en met de zesde week, volgende op die, waar in het overlijden heeft plaats gehad. Artikel 20. Deze verordening kan worden aangehaald onder den titel van „Jaarwedderegeling Politiepersoneel." Artikel 21. Deze verordening treedt in werking op den eersten Januari negentien honderd en negentien. Zij kan te allen tijde door den Gemeenteraad worden aangevuld en gewijzigd. Met ingang van dien datum vervalt en wordt buiten werking ge steld de bestaande verordening, regelende de samenstelling, de titulatuur en de bezoldiging van het personeel der ge- meente-politie, vastgesteld in de vergadering van den Raad dezer gemeente van 21 December 1916, en zooals deze thans luidt. Aldus vastgesteld door den Raad der gemeente Roosendaal en Nispen in zijne vergadering van den 15 October 1918. De Secretaris, De Voorzitter, A. A. RADEMAKERS. AUG. COENEN. De Voorzitter: Ik verzoek thans machtiging aan de verga dering de jaarwedderegelingen van den gemeente-bode, de bevolkingsagenten, het personeel der gasfabriek en het per soneel in dienst van openbare werken te kunnen aanvullen met de wijzigingen, die lieden door U zijn aangenomen, en de redactie over te laten aan Burgemeester en Wethouders en de aldus gewijzigde en aangevulde verordeningen te doen in gaan op 1 Januari 1919. Heeft een der leden hiertegen bezwaar? Niemand? Dan is dit aangenomen en zullen de verordeningen in de notulen van het verhandelde in deze vergadering worden opgenomen. De Voorzitter: Dus Mijne Heeren, na deze toelichtingen stel ik voor al onze besluit,en die heden omtrent dit punt zijn genomen te doen ingaan met 1 Januari 1919. Dit voorstel wordt zonder hoofdelijke stemming aange nomen. De Voorzitter: Voor Burgemeester en Wethouders be tuig ik aan den Raad onzen dank voor de welwillendheid, waarmede onze salarisvoorstellen door hem zijn ontvangen en de leden van deze vergadering voor het aannemen en vaststellen daarvan. De jaarwedderegelingen van den Gemeente-bode, de be volkingsagenten, het personeel in dienst van Gemeente-wer- ken en van het personeel in dienst van het gasbedrijf luiden thans als volgt: De RAAD der gemeente Roosendaal en Nispen; Gezien de voordracht van Burgemeester en Wethouders; BESLUIT vast te stellen de navolgende verordening: VERORDENING, regelende den rang, liet getal, de be zoldiging en de wjjze van benoeming van den hoofd-ambtenaar, de ambtenaren, beambten en werklieden van den dienst der openbare werken. Artikel 1. Het beheer van- en de zorg voor den dienst der openbare werken, zooals deze dienst is omschreven in de „verordening op den dienst der gemeentelijke openbare werken" zijn onder Burgemeester en Wethouders, opgedragen aan een ambte naar, die den titel voert van „hoofdopzichter van gemeente werken." Onder dezen zijn verder werkzaam de navolgende ambte naren, beambten en werklieden: a. Ambtenaren: een opzichter van gemeentewerken. b. Beambten: Een gaarder der marktgelden; een gaarder der havengelden; een waagmeester. een klokkenist; een doodgraver; een klokkenluider. c. Werklieden: de vaste werklieden; de tijdelijke werklieden. Artikel 2. De jaarwedden van de in artikel 1 dezer verordening ge noemde ambtenaren worden bepaald als volgt: van den hoofdopzichter: op een minimum van1800. en een maximum van2200. van den opzichter: op een minimum van1300. en een maximum van1700. van den gaarder der marktgelden: op zeven percent van de door hem geinde marktgelden van den waagmeester520 van den klokkenist op een belooning van75. van den gaarder der havengelden op tien percent van de eerste vierduizend gulden geïnde havengelden en zeven percent van de meerdere door hem geïnde havengelden van den doodgraver voor het maken van een graf2.50 voor het maken van een graf voor kinderen beneden de 12 jaar1 50 Vaststelling van de „Jaarwedderegeling van het politiepersoneel". Vaststelling van de jaarwedderegelingen van liet politiepersoneel en het personeel in dienst van openbare werken.

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1918-1935 | 1918 | | pagina 76