t 4 VERGADERING VAN 27 MAART 1918. Behandeling van het rapport der verfraaiïngscommissie. De heer Heerma van Voss verzoekt punt IX eerst te willen behandelen, daar hij verhinderd is de vergadering verder te kunnen bijwonen. Zonder hoofdelijke stemming wordt hiertoe besloten. IX. Behandeling van het rapport van de Verfraaiïngscommis sie. De verfraaiïngscommissie heeft onder dagteekening van 20 dezer het navolgende rapport uitgebracht: De commissie, door den lieer Burgemeester, ingevolge het Raadsbesluit van 30 November 1.1. benoemd om aan Uwen Raad voorstellen te doen, waardoor het aanbrengen van beplantingen, het aspect van onze gemeente kan worden ver fraaid, heeft met genoegen deze benoeming aangenomen. Het bleek de commissie echter, zoodra zij hare werkzaamheden aangevangen had, dat zij eene moeilijke taak op zich had genomen om plannen te ontwerpen voor het aanbrengen van beplantingen in onze gemeente, waar op dit gebied (op eene zeer enkele uitzondering na) nog nimmer iets was tot stand gebracht, zoodat, om dezen achterstand in te halen, het Ge meentebestuur voor een reuzenarbeid staat, waarmede zeker eenige jaren zullen heengaan. Waar echier de Gemeenteraad door het instellen onzer commissie getoond heeft dat hij zijn volle medewerking wil verleenen om dien achterstand in te halen, durft de commissie, in het volle vertrouwen op dien steun, haar voorstellen in te dienen voor het aanbrengen van verschillende beplantingen. Daar het seizoen reeds te ver ge vorderd is om de plannen over de geheele gemeente uit te strekken, besloot de commissie thans alleen de ontwerpen in te dienen voor de beplantingen in de kom der gemeente en de naaste omgeving, terwijl zij zich voorstelt de plannen voor het overig deel der gemeente dit najaar, tijdig voor de volgen de begrooting, aan Uwe vergadering voor te leggen. Alvorens tot eene nadere bespreking van hare voorstellen over te gaan, wil de commissie opmerken dat zij is uitgegaan van het standpunt dat, waar in de kom der gemeente in de omgeving van het station en langs den Vaartkant eene be planting wordt voorgesteld, deze zuiver als sieraadbeplan ting is ontworpen, terwijl de beplantingen aan de buitenwe gen door de Commissie zijn gedacht in boomsoorten, die later haar waarde als werkhout hebben, zoodat de gemeente zich daardoor een kapitaal vormt, waarvan zij na 20—30 jaar bij geleidelijke rooiïng en bijplanting de kostelijke vruchten kan gaan plukken. Worden de ontwerpen der Commissie aldus uitgevoerd, dan krijgt onze gemeente uitgestrekte wandelwegen, zoodat de inwoners niet meer met naijver behoeven te zien naar naburige plaatsen, waar men reeds lang geleden de nood zakelijkheid inzag om op deze wijze het verblijf aldaar voor Inwoneres en bezoekers te veraangenamen en vormt onze gemeente zich tevens een enorm kapitaal aan boomen, welke steeds in waarde vooruitgaan. De Commissie wil U er voorts op wijzen dat, ingeval Uwe Raad tot het uitvoeren van de overgelegde ontwerpen wil overgaan, in de eerste plaats noodig is alle beplantingen on der leiding te stellen van een ambtenaar, die ter zake kundig is b.v. onder den titel van stadstuinman, en die zich met de verzorging der beplantingen en het toezicht daarop geregeld kan bezig houden. Zou de Gemeenteraad daartoe niet gene gen zijn en op den ouden voet, het onderhouden aan „Open bare Werken" overlaten, dan zou de Commissie U in over weging geven niet tot het uitvoeren der voorgestelde beplan tingen over te gaan, daar in dat geval, met het toezicht van leeken op dit gebied, het aanbregen van die beplantingen öp een volmaakt fiasco zou uitloopen. De Commissie heeft gemeend goed te doen ter verduidelij king der ontwerpen beplantingen op het Stationsplein, Oranje plein en langs den Vaartkant, U de plannen daarvoor in schetsteekening hier bij te voegen; deze ontwerpen zijn uit sluitend als sieraadbeplantingen gedacht, met nette gazons en planentenvakken, hier en daar afgewisseld met gazon- planten en bloemvakken, terwijl zij voorts meent dat de schetsteekeningen voor zich zdlf spreken. De beplantingen langs de wegen bepalen zicht tot 2 rijen boomen, op sommige plaatsen, waar dit beter past, 1 rij. Stationsweg. In 't verlengde van de bestaande boombeplan ting van den heer Van Dun tot aan het hek der posterijen, verder van af den heer Tierolff tot aan den overweg, iepen. H. G. Dirckxstraat, tot aan de Nispensche straat iepen, liulsdonksche weg, van af den heer De Nijs over Vijfhuizen- berg tot aan den geprojecteerden klinkerweg naar het Riet- goor, iepen. Nispenschen straatweg, tot aan de Kruisstraat iepen. Watermolenstraat, van af de Wed. Broere op den Huls- donkschen weg over Antwerpsch spoor langs den Water molen de Kruisstraat, iepen. Langdonk, van Nispenschen straatweg naar het Zand, het eerste gedeelte iepen, verder blauwe canadas. Bnrgerhoutsche straat, te beginnen bij den heer Van Gastel tot aan den driesprong op het Zand, canadas. Kortendijk, van af den driesprong tot Jac. Moerings iepen, van Jac. Moerings tot P. van Wezel canadas aansluitend op de daar bestaande canadabeplanting langs den Krampenloop. Van Jac. Moerings links tot C. van Wezel, over de Staaltjes tot aan de Rucphensche baan canadas. Langs de Oude Ruc- phensche baan van af de witte bareel tot den weg naar den Kortendijk, canadas. Meirestraat, van de Bredasche baan over den spoorweg tot den Dooden Man en links om tot aan den Gastelschen weg canadas. Buienstraat, canadas. Verbindingsweg tusschen Meirestraat en Kalsdonksche weg (bij voerman Scheepers), canadas. Spoorstraat, van Gastelschen weg tot aan Van Gend Loos iepen. Klein Langdonk, het verbreede weggedeelte langs de Vaart met hier en daar eenige berken; van daar de straat naar de Verbochtstraat bij Visdonk met canadas. Kruisstraat langs Waterleiding, tot aan de Vaart canadas. Vaartkant, van Segersdreef tot de Staaltjes, canadas. Achterstraatje, van de Van Gilselaan af tot aan Van Over- veld canadas. Boulevard en Ommegankstraatje, de slechte boomen ver wijderen en na betere grondbewerking met iepen beplanten. Uit bovenstaande lijst zal U blijken dat sommige boombe plantingen .gedacht zijn op het terrein der Staatsspoorwegen; voor het aanleggen van die beplantingen zal het noodig zijn dat het Gemeentebestuur zoo spoedig mogelijk aan die Mij. de daarvoor noodige vergunning aanvraagt. De commissie is van oordeel dat tegen het geven van die vergunning wel geen bezwaar zal kunnen bestaan, daar de beplantingen zoodanig VERGADERING VAN 27 PRBRU ART 1918. Behandeling van het rapport der verfraaiïngscommissie. Voorstel van B. en W. om verhooging watergelden voor rekening der gemeente te nemen. zijn ontworpen, dat de veiligheid van het verkeer op de spoorwegen daardoor in geenen deele zal worden geschaad. De commissie heeft, gezien den korten tijd van voorberei ding, geen tijd gevonden voor al die ontwerpen eene kosten berekening te maken; zij geeft U in overweging de ontworpen bepantingen in eigen beheer uit te voeren en daarvoor een bepaald bedrag, b.v. voor het eerste jaar f 10.000 toe te staan, terwijl verder, telkens voor het volgend jaar, een post op de begrooting geplaatst zal kunnen worden tot zoodanig bedrag als de Raad daarvoor zal kunnen toestaan. Wat de benoodigde plantsoenen betreft, stelt de commissie voor dat deze door de gemeente zooveel mogelijk bij plaat selijke kweekers worden gekocht. Ingeval de Gemeenteraad deze en de nader in te dienen plannen wil uitvoeren, dan verklaart de commissie zich be reid om, voor het bespoedigen dier werken, desgewenscht mits door voldoende personeel gesteund, de leiding der uit voering op zich te nemen, voor zoover dat redelijkerwijs van haar verwacht kan worden. Maar of zij daarmede wordt be last, of dat daarin op andere wijze wordt voorzien, hoofdzaak is dat het van het allergrootst belang blijft, om alles in het werk te stellen opdat nog in dit voorjaarsseizoen met de werkzaamheden worde aangevangen, in het bijzonder voor wat betreft de beplantingen op het Stationsplein en Oranje-' plein ontworpen. Daarom kan de commissie er niet genoeg nadruk op leggen dat met de beslissing over deze ontwerpen de grootst moge lijke spoed worde betracht, wil men niet gedwongen zijn de plannen voor verfraaiing der gemeente weer een jaar uit te stellen, nog afgezien hiervan dat, vergist de commissie zich niet, voor de beplanting van het Stationsplein, althans voor enkele deelen daarvan, de vergunning der Staatsspoor no-odig is, zoodat het aanvragen dier vergunning met grooten spoed zal dienen te geschieden. Ten slotte dankt de commissie den Gemeenteraad voor het in haar gestelde vertrouwen en hoopt zij, om der wille der zaak, dat hare plannen bij den Raad een gunstig onthaal mo gen vinden. Roosendaal, 20 Maart 1918. Namens de Commissie, A. HEERMA VAN VOSS, Voorzitter. JOH. J. WERZ, Secretaris. De Voorzitter brengt de commissie dank voor hetgeen door haar reeds is verricht. Z.i. heeft de commissie, zooals uit het rapport blijkt, har taak ernstig opgevat. Hij vertrouwt, dat de vergadering de voorsellen zal kunnen goedkeuren, opdat de lang gekoesterde wensch in vervulling zal mogen gaan, en de omgeving van Roosendaal eenigszins voor hare inwoners en vreemdelingen aangenamer zal worden. De heer Heerma van Voss, voorzitter der commssie, licht het rapport toe en brengt verschillende punten daarvan, als de aanstelling van een gemeente-tuinman e.d., nader onder de aandacht. De heer Verheijen spreekt zijne sympathie uit voor de werkzaamheden der commissie. Hij kan ten volle met de ont worpen plannen instemmen, doch vreest, dat wanneer de verfraaiingen zijn aangebracht, vele jonge planten en boomen dra zullen vernield zijn door de Roosendaalsche straatjeugd. De heer Heerma van Voss dankt den vorigen spreker voor zijne betuiging van sympathie. Hij geeft toe, dat de Roosen daalsche straatjeugd baldadig is, doch z.i. is er de politie om op die baldadigheden nauwlettend toe te zien. De oorzaak van die baldadigheid is z.i. gelegen in het feit, dat de Roosen daalsche jeugd niet gewend is beplantingen te zien. Komt men in andere plaatsen dan merkt men direct op, dat de jeugd zel den of nimmer iets aan de beplantingen zal vernietigen. Indien onze jeugd derhalve eenigszins gewend gaat geraken aan die beplantingen, dan zal van vernietiging geen sprake meer zijn. Om die vernielzucht tegen te gaan dient men er vooral in 't begin nauwlettend voor te zorgen, dat elke beschadiging di rect wordt hersteld want wanneer de jeugd b.v. een geknakt boompje ziet staan is zij direct geneigd ook andere boompjes te breken. De heer Jac. Vos deelt mede, dat hij de werkzaamheden der commissie ten volle waardeert. Hij wil echter ééne wenk geven. De beplantingen zijn z.i. nadeelig voor de wegen en aangrenzende landerijen; indien het n.1. regent zullen de we gen lang modderig blijven, terwijl de gewassen die naast de wegen staan in hun groei zullen worden belemmerd, omdat er geen zon bij kan. De heer Heerma van Voss merkt op, dat de boomen alleen zullen geplant worden op breede wegen. Z.i. is het toch altijd beter, dat de wegen in het najaar eenigszins vochtig zijn, dan dat in den zomer steeds de brandende zon op het hoofd schijnt. De heer E. van Wely merkt op, dat er in het rapport sprake is den Stationsweg met boomen te beplanten, doch dat die slechts tien meter breed is. De heer G. Konings antwoordt hierop als lid der verfraai ingscommissie, dat de boomen gedeeltelijk na bekomen ver gunning zullen geplant worden op het terrein van de Staats spoor. De voorstellen der verfraaiïngscommissie worden met 12 tegen 4 stemmen aangenomen. Vóór de voorstellen hebben gestemd: de heeren: A. de Bruyn, F. Schul, C. Kerstens, J. Vos, A. Braat, E. van Wely, G. Konings, G. van Dorst, J. Verheijen, Heerma van Voss, P. Konings en de Voorzitter. Tegen de voorstellen hebben gestemd: de heeren: J. Voe ten, J. van Gastel, A. Vos en A .Jongeneelen. III. Voorstel van Burgemeester en Wethouders om de ver hooging der watergelden voor woningen van een tot en met drie kamers voor rekening der gemeente te nemen. De Voorzitter deelt mede, dat de Maatschappij tot Bouw en exploitatie van Gemeentebedrijven te Utrecht bij schrijven d.d. 4 Maart 1918 heeft bericht,, dat, aangezien de wensche- lijkheid van een uitzonderingstarief, in verband met de exploi tatie der waterleiding niet meer bestaat, maar juist het tegen deel het geval is en de financiëele toestand, in verband met de dure olieprijzen, de opheffing van deze tegemoetkoming dringend noodzakelijk maakt, zij, noodgedwongen, heeft be sloten, het uitzonderingstarief met ingang van 1 April a.s. te laten vervallen. Door het intrekken van het uitzonderingstarief, zegt de Voorzitter, wordt alleen een gedeelte der ingezetenen en wel het minder gegoede getroffen. Namens Burgemeester en Wethouders stelt hij voor de meerdere watergelden, welke ingevolge dat schrijven der Maatschappij door de bewoners van de woningen van een

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1918-1935 | 1918 | | pagina 14