8 - Daarom zou ik U willen vragen niet te veel te vergelijken. Ik ben geen Freijters, noch ben ik Prinsen, ik ben slechts Godwaldt, maar sta mij toe mij zelf te zijn en mijn eigen stijl te kunnen volgen. Op de tweede plaats zou ik U willen vragen niet te sterk te verlan gen naar die dingen, die buiten mijn wil om mij blijkbaar hier een zekere faam vooraf bezorgd hebben, duidelijker gezegd de industrialisatie. U moet van mij niet verwachten, dat ik in Roosendaal gekomen ben om een Ettense reprise te geven. Ik heb geen^industrie in mijn zak, noch beschik ik over een "tover stokje" als^het éénmaal verschenen en originele blaadje "Op de ladder"zou aoen geloven. M isschien zijn er mensen die geloven,dat van nu af aan het prachtige BiilipsaariLex ag de ingang van Roosendaal zal worden aangebreid .aan het prachtige industri* complex bij de uitgang van Etten en dat op die manier Roosendaal en Etten elkaar nog eens zullen ontmoeten. Hen die zé denken moet ik voor bereiden op een grote teleurstelling. "a.„r is het oovendien niet onjuist, maar ook bovendien enigszins onbillijk, om een burgemeester vandaag aan de dag in gunstige zin te oeoordelen naar de mate waarop hij industrialiseerde? Is dit eigenlijk ook al niet een vermaterialisering in het toeken nen van waarden in onze beoordeling van een ambtsdrager? industrialisatie is een facet van het bestuurdersambt in onze tijd, misschien een belangrijk facet, het kan een spectaculair facet zijn, maar net blijft een facet. Overigens geloof ik - en dat moet U van mij willen aannemen dat mijn verleden er borg voor is, dat ik dit facet niet verwaarlozen zal. Mevrouw, Mijne Heren, ik hoop dat U mij de tijd zult geven om mij in te werken, om in de rijstebrijberg van nieuwe problemen, die mij wach ten, mijn eigen draad te vinden. Bovendien moet ik intussen ook nog een nieuw huis vinden. Het zou een arrogantie mijnerzijds zijn, als ik U thans een soort bestuursprogramma ging ontvouwen. Ik zeg U eerlijk, dat ik de Roosendaalse problemen slechts zeer oppervlakkig ken en dat ik de stuk- men, die mij globaal moesten instrueren, nauwelijks heb kunnen bestude- xen - ook niet met Kerstmis -, door allerlei beslommeringen die ik had tengevolge van het neerleggen mijner taak in Etten en Leur. Ik beloo± J, zoals ik destijds Etten en Leur beloofde, dat ik al mijn energie, al mijn goede wil, al mijn tijd, al mijn idealisme zal ge ven aan uoosendaal en Nispen, dat ik voor U zal zijn een vrienden een hel per of een oudere oroer om met Havelaar te spreken. Ik weet dat er in deze gemeente een bevolking woont met uitstekende eigenschappen, ik heb U, wethouders en raadsleden, horen roemen als een zeer goed college en ik weet dat er onder U en onder de bevolking figuren zijn, die uitsteken in kennis en ik zeg met Multatuli: ik hoop mijn ken nis door de Uwe te vermeerderen, want zij is niet zo groot als ik wenste. -c verzeker U met de grootst mogelijke objectiviteit voor ieders e anS -laar te staan, van welke richting of groep hij ook komen moge. Ik hoop ^dit te doen in een prettige vruchtbare samenwerking met de wetnouders, de raad en de secretarismet de secretaris in het bijzonder, ornaat onze eensgezinde gelijkgerichte dagelijkse arbeid een eerste ge meentebelang is. \Zoorts met het politiekorps en met het gehele perso neel van hoog tot laag. Ik wil deze vruchtbare samenwerking ook uitstrekken tot de buurge meenten, omdat het ook mijn overtuiging is, dat bij het dienen van het algemeen belang in deze tijd men zich niet mag beperken tot de grenzen van de eigen gemeentezeker niet in een zo klein, overbevolkt land als het onze en m een streek met zulke gemeenschappelijke problemen. Leden van de gemeenteraad, ik vraag U nogmaals begrip te willen heb ben voor mijn situatie. - 9 - Ik kom uit de sterk opkomende gemeente Etten en Leur, liggende tussen e twee arrivée s Breda en Roosendaal. Ik kan mij voorstellen dat deze twee steden wel eens met wenkbrauwfronsen hebben gekeken en hebben neer gezien op deze snel opkomende concurrent. J"1C Sf behoren tot één van de twee arrivée rs. Ik vraag U slechts be- grip te hebben voor deze moeilijke situatie# ./el wil ik U zeggen, dat het voor mij een nieuwe maar fascinerende opgave is om nu eens van deze belangrijke plaats uit de mogelijkheden van <est-Brabant te kunnen bekijken. Betrek ik daarin de mogelijkheden, die net door onze voortreffelijke vroegere Commissaris de Quay opgestelde p an voor deze streek aangaf, dan wordt deze opgave nog boeiender, In ieder geval moeten wij zien te voorkomen wat oud-minister Witte mij de zer dagen nog schreef, dat niet straks heel de streek achtergebleven ve- bied moet worden genoemd. Mevrouw, Mijne Heren, ik ken West-Brabant enigszins en ik ken Roosen aal een beetje, omdat ik er een paar jaar woonde en werkte en later in de nabijneid burgemeester was. Onze dochter Judith is hiet geboren. w«rht JeZr a1ChtefSr°nd en Uw g^antie, dat U van mij geen wonderen ver wacht, geloof ik zeker dat wij in korte tijd met U het beroemde refrein zullen aanheffen: "dan komde gij van Roosendaal, dan zijde gij as ikke". -d *%h00p dat wiJ tezamen deze prachtige stad, zo uniek gelegen j-> ene luxver band - nog beter als straks de in uitvoering zijnde en op stapel staande verbindingen tot stand gekomen zijn - kunnen maken tot een moderne stadin de moderne tijd, waar weliswaar de oude christelijke rabani.se tradities geëerbiedigd worden, maar waar overigens een open", onbekrompen sfeer heersen zal. Want het is niet de directe en de feitelijke industrievestiging die de toexomst van een plaats bepaalt, ln^iTZ°m^0eSt de regerin2 20 uitdrukkelijk veel moeite doen met aan lokkelijke bouwpremies en grondsubsidies om de industrie uit het westen naar elders m het land te verplaatsen, in een land bovendien dat op de voor nr^6 üereld Europa 20 nietig is? Wat heeft dat westen dan toch ïebrPkin Zgn* provincie? daarom wil men daar zitten ondanks eS rfoïVrbeiderS' n°&ere l0nen' h°Sere bouwkostenduurdere gronden beslissen HGning Dld d® vestiSinS van industrie uiteindelijk oeslissen de zgn. secundaire voorwaarden, daaronder met name het klimaat in eeiamuffonvStrerk* iT Vre°St' en aen Vr°est terecht, zich te begraven in een muffe verschraalde provincieplaats. eigen^ïee/en f"uatle van volledige werkgelegenheid in H f 1 en West-Brabant niet degraderen tot arbeidersreservoir voor het ^iPri L1 °n2e belan^ke steden ^ua modern klimaat, dus op gebied van wonen, recreatie enz., maar ook mentaal, dus in openheid en onbekrompenheid met de randstad Holland moeten kunnen concurreren. dat gezamenlijk kunnen tot stand brengen, vloeit verdere mdustriali atie slechts logisch voort uit dit resultaat. x heb deze intentie en met dit te zeggen moet ik nu volstaan. Bint Jan, heb ik geconstateerd, is de patroon van deze stad. Ik heb A aan dG naam van de oude kerk OP de Markt en aan het aCh,Vf ^®ld da'c achter de werktafel des burgemeesters staat. o-,*. /ednu> ?lnt Jan ls ook mijn patroon. Nomen est Omen. Met Zijn voor- sprasuc hoop ïlc voor zijn stad nog veel te kunnen doen. tui-en met°BtalT!en aiat>.dat iat°re geslachten nog eens zullen moeten ge- ^anfp in J f m 111 dGZe periode wa* ^en stem des roe pende m de woestijn". Ix moet een eind maken aan deze toespraak en ik hoop dat het in

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 6