-6- 7 De heer DE JONG^zegt, dat de raad zich inderdaad nooit voor de oostelijke entree heeft uitgesproken, maar dat hier nu toch twee zaken door elkaar worden gehaald. Deze grond is nu eenmaal nodig voor de bouw van bungalows en betere middenstandswoningen. Spreker kan dat geheel gescheiden zien van de oostelijke entree. Het is zijns inziens wel duidelijk, dat al die gronden onteigend moeten worden. Het gemeentebestuur zit nu eenmaal erg verlegen om grond. Maar als de raad dit voorstel aanneemt, betekent dat niet, dat hij zich uitspreekt voor de oostelijke entree. De heer SCHAARS MA vraagt, of het dan 50 is, dat er, afgezien van de realisering van de oostelijke entree, toch niet aan de bezwa ren kan worden tegemoetgekomen. De heer VOS antwoordt, dat het inderdaad zo is. De heer SC HM ES MA. verwijst naar de woorden van de heer Rademakers, volgens welke er indirect toch kan worden gewerkt in de richting van verwezenlijking van de oostelijke entree. Vanwege burgemeester en wethouders is daartegenover opgemerkt, dat daarvoor geen cre- diet beschikbaar is. Maar spreker zou zich toch kunnen indenken, dat er onderhandelingen worden gevoerd met eigenaren, terwijl men zich nauwelijks kan voor-tellen, dat de grond ergens anders voor nodig zou zijn dan voor de oostelijke entree. De heer VOS deelt mee, dat de burgemeester hen voor zijn vertrek heeft verzocht, een spoedige behandeling van dit punt te bevorde ren. De heer SIMONS wethouder, meent te moeten concluderen, dat er bij de raad angst bestaat, dat door dit onteigeningsplan zal worden vooruitgelopen "op de aanleg van de oostelijke entree. De gronden, waarop dit plan betrekking heeft, zijn echter bestemd voor woning bouw en voor het openleggen van het plan Villapark-Verfraaiing. Meer kunnen burgemeester en wethouders niet doen zonder de raad; zelfs niet als ze te kwader trouw zouden willen handelen. De heer BRAAT zal na deze toelichting zijn stem aan dit voorstel geven, maar hii gelooft, dat het wel zaak is, de kennelijk aan de orde zijnde wijziging van het structuurplan van de gemeente zo spoedig mogelijk, desnoods in een informele vergadering, aan de raad voor te leggen. De heer RAMPAART wil de verwerving van grond voor bungalowbouw niet tegengehouden, maar de raadsleden zien nu weer het plan m§t die twee rijbanen en dat zint hem niet. Aan de oostelijke entree wil hij onder geen enkele voorwaarde meewerken. -Zonder- -7- Zonder hoofdelijke stemming wordt hierna het onderhavige voorstel aangenomen (zie het besluit nr. 1/4936). 10 EN 11 (VOOR OMSCHRIJVINGEN ZIE DE AGENDA). Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de- onderhavige voorstellen aangenomen (zie de besluiten nrs1/4938 en IV/4898, alsook het besluit tot 59e wijziging van de begroting 1960 van de gemeente). 12. AIS VOREN TOT HET VEREENEN VAN SUBSIDIE AAN DE LIMBURGSE CUL TURE IE VERENIGING LIMBURG IA:i PRAE -ADV IES NO. 478). De heer RADEMAKERS zegt, dat dit en het volgende voorstel een nijpende behoefte doen gevoelen aan enigszins vastomlijnde richt lijnen inzake subsidiering van culturele verenigingen. Ook de Oratoriumvereniging heeft extra-subsidie gevraagd en spreker vindt wel, dat haar werkzaamheid tot verkrijging van particuliere bij dragen met f 100,- meer gehonoreerd mag worden. De raadsleden hebben echter ook een verslag van de culturele raad ontvangen en daarin stond heel blij, dat er nog een bedrag van f 7000,-'be schikbaar is voor culturele manifestaties. Kunnen we nu aan deze beide verenigingen het hele tekort geven in afwachring van de totstandkoming van vaste richtlijnen De heer SIMONS, wethouder, antwoordt, dat dat riekt naar Roomser zijn dan de Paus. Zowel Limburgis als de Oratoriumvereniging hebben deze uitvoeringen gegeven zonder vooraf overleg te plegen met het gemeentebestuur. Gaat de raad nu aan deze verenigingen het hele tekort toekennen, dan is het hek van de dam. De gemeente zal dan steeds over de brug moeten komen. Op het potje, dat de heer Raderaakers bedoelt, is spreker heel zuinig. Hot geld wordt niet altijd vl?t gegeven, ook niet door gedeputeerde staten. De beide aanvragen zijn zowel door de culturele raad als door de commissie voor culturele zaken behandeld en beide hebben gemeend, dat aan Limburgia f 250,- moet worden toegekend als blijk van waardering en aan de Oratoriumvereniging, welké haar oorspronkelijk tekort heeft weten terug te brengen van'f 1500,- tot f 350,-, f 330,-. Daarmee zal naar sprekers mening de gemeente doen wat passend is. De heer RADEMAKERS zegt, dat hij ook die f 100,- extra verantwoord vindt. Hij acht echter een juist beleid in deze onmogelijk zolang er geen vaste richtlijnen bestaan. Het gaat erop lijken, dat er zomaar willekeurig bepaalde bedragen worden vastgesteld. De heer SMOES merkt op, dat er bij het Brabants Orkest ook altijd geharrewar is over de vraag, of het orkest in de eerste of in de tweede klas gerangschikt moet worden. Het is nu eenmaal niet moge lijk, normen te scheppen ten aanzien van culturele manifestaties. Er is alles voor te zeggen, dat een vereniging, die iets moois heeft gedaan, wordt geholpen, maar sureker ziet geen kans, normen vast te stellen. -De-

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 69