4 - departementen in Den Haag nog eens uitdrukkelijk bevestigd en ik zou er aan willen toevoegen; zie Etten. Datburgemeester Godwaldt, hebt U gedaan. Wij zijn allemaal een beetje jaloers op de industriële uitgroei, die Etten, vooral dank zij Uw arbeid, verkreeg. Moge het zo zijn, dat onze lichte afgunst weldra geen bestaansgrond meer heeft, omdat gij in Roosendaal hetzelfde bereikt. Het zal U misschien iets meer moeite kos ten, maar U lijkt mij specifiek de man om alle wegen, die naar een voor opgezet doel leiden, te egaliseren. Dót is in elk geval al een heel gunstige omstandigheid, dat U hob by - het aantrekken van industrieën - juist van zo ontzaglijk belang kan zijn voor ónze gemeente, waar, ter opvanging van het accres van de beroepsbevolking, elk jaar 260 nieuwe arbeidsplaatsen moeten worden ge schapen. Die behoefte van onze gemeente moge ik hier al wel i-n Uw zeer bijzondere aandacht aanbevelen. En U stelt natuurlijk ook in andere opzichten belang in Uw nieuwe gemeente, U kent ze ten dele al; U hebt - ik mag dit misschien aan de openbaarheid prijsgeven - de Kerstdagen 1959 al besteed aan de bestu dering van onze begroting en van verdere lektuur over de gemeente, U kent Roosendaal nog wel als Uw vroegere woonplaats en arbeidsterrein. Maar U zult er graag iets meer over vernemen. V/el burgemeester; nu U de hand aan de ploeg slaat, kan ik U zeker in het algemeen zeggen, dat U hier een werkterrein vindt, dat uit goede cultuurgrond bestaat» Misschien kan ik, om in Uw eigen stijl te blijven, beter een industriële vergelijking maken: U vindt hier een gemeente met grote productiecapaciteit en grote uitbreidingsmogelijkheden. Het zou mij te ver voeren, alles op te noemen en een volledige boe delbeschrijving te geven van de - het woord is van Uw voorganger-"zwaar belaste erfenis'1, die U hebt gekregen. Maar wanneer ik een lijstje zou moeten opmaken van de meest urgente problemen, die Uw aandacht gaan vra gen, dan zouden daarop voorkomen: het zorgen voor de aanleg van nieuw industrieterrein, voor een nieuwe haven, voor de grootverkeerstunnel voor de wegpersing van het afvalwater, een tweede openluchtzwembad, een waterbeheersingsplan voor Visdonk, voor - en wat ik nu noem is eigenlijk nog wól zo urgent als de andere projecten - een bejaardentehuis, een nieuw missiehuis en dan ook nog: een nieuw gemeentehuis, een nieuw kan- toot voor sociale zaken, een nieuwe brandweerkazerne, een school voor uitgebreid technisch onderwijs en in de verdere toekomst een nieuw po litiebureau, Wel, burgemeester, daaraan hebt U, naar ik veronderstel, voorlopig de handen vol. Als ik niet wist, dat U tegen een stootje kunt, zou ik bang zijn, U met dat lijstje vol noden te ontmoedigen. Vreest U dus vooral niet, dat U tot ledigheid gedoemd zult zijn! Maar wól moet ik U voorbereiden op moeilijkheden bij al deze zaken. Twee burgemeesters hebben het vóór U al moeten constateren: de Roosendaalse wagen is moei lijk voort te trekken. Herhaaldelijk zitten zijn wielen vast en wordt zijn tocht belemmerd door zware tegenwind: kapitaalsgebrek, te sterke bemoeiingen van hogerhand, een zeer, ja al te lage uitkering uit het gemeentefonds. Er wordt van U, burgemeester, werkelijk veel kracht ge ëist en ook: veel bereidheid om telkens weer, na een teleurstelling, met optimisme en een vaste wil om te slagen voort te gaan; zoals in de insectenwereld alleen de nijvere mieren dit kunnen; vergeef mij deze vergelijking. U weet, dat het 1/est-Brabantplan grootse perspectieven opent voor onze streek. Daarvan voor Roosendaal profijt te trekken, bur gemeester, dat gaat eigenlijk - zeer in het kort gezegd - Uw voornaamste taak worden. Dió kansen te baat te nemen; in de ruimste zin, op het ge bied van planologie, onderwijsplanning, recreatieve voorzieningen, in dustriële uitbouw enzovoort, dat wordt van U gevraagd. Dat vragen wij van U. ./ij kunnen U daartegenover ook iets aanbieden. Ons aller medewerking namelijk.Op de verzekering, dat wij, die geroepen zijn, U te helpen bij de vervulling van Uw zware maar anderzijds ook prachtige taak, dat zul len doen met de inzet van al ons kunnen, met gebruikmaking van al onze - 5 - ervaring, kunt U staat maken. Deze woorden zullen ook zeker mijnheer Kieboom, kabinetchef van de Commissaris der Koningin, wel als muziek in de oren klinken, want hij was het, die ze mij nog eens extra voorhield in een bespreking,welke ik tijdens dit burgemeesterloos tijdperk met hem mocht voeren. En wij bieder. U de bijstand aan van een kundig ambtanaren- korps. Niet alleen het secretariepersoneeldoch ook bij de onderschei dende bedrijven, diensten en instellingen werkt een prachtig korps per soneelsleden, alsmede kunt U op het politiekorps in deze gemeente, waar van U thans het hoofd wordt, staat maken. Ons ambtenarenkorps is kundig en voor zijn taak bere/cend, het kent de letter wel maar weet, dat de geest belangrijker is en het zit daarom niet vastgeroest in het prikkeldraad van de administratieve voorschriften. En ik ben ervan overtuigd, burge meester, dat ik U óók mag aanbieden: de sympathie van de inwoners. Zij zullen het zeker niet altijd en in alle opzichten met U eens zijn. Góón bestuurder zal dat ooit bereiken. Dit is mij vooral in de laatste maan den, tijdens de waarneming van het burgemeestersambt, wel overduidelijk geworden. Er zal wel eens kritiek op Uw beleid worden geleverd, in woord en geschrift. Laar deze openheid van meningsuitwisseling is gezond, zo lang daarachter het verlangen, het wederzijdse verlangen staat, Roosen daal en ïlispen te dienen. En wanneer ik U tenslotte iets mag toewensen, burgemeester, dan kan het slechts dft zijn: dat voor-Uj&n voor ons allen nooit de bron zal op drogen, waaruit U en wij onze kracht telkens wéér moeten putten bij de vervulling van onze taak en die bron is de liefde voor de gemeente Roosendaal en Nispen en voor dc vele goede mensen, die hier wonen. Moge het U gegeven zijn, in die liefde en gesteund door de onmisbare kracht van Gods bijstand, een goed burgervader van Roosendaal en Nispen te worden. Mijnheer de burgemeester, nogmaals, en ik stel mij hierbij tot uolk der gehele goede gemeente, roep ik U, en eveneens Uwe Echtgenote Mevrouw Gocwaldt, alsmede Uwe kinderen, een zeer, zeer hartelijk welkom in onze stad met haar meer dan 3^. «000 ingezetenen toe. liet deze woorden, waarin in het kort al mijn, al ónze wensen geformuleerd liggen, besluit ik deze toespraak". Spreker hangt hierna de ambtsketting om de schouders van de burge meester en wenst hem daarbij een rijke en gezegende bestuursperiode als burgemeester van Roosenda.al en Nispen toe. (applaus). De burgemeester neemt thans de leiding van de vergadering over. Hierna zegt de heer E.C.C. Eroos, oudste lid van de raad, het volgende:

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 4