De VOORZITTER zegt, dat hij nog geen reorganisatieplan in het hoofd heeft; het trof hem alleen, dat hier nog een rondvraag bestond. Burgemeester en wethouders zullen de zaak eens bezien. De heer RADEMAKERS vraagt, of éénmaal per week de secretarie s—avonds opengesteld kan worden voor degenen, die overdag niet terechtkunnen. De VOORZITTER wil het wel eens bezien; rustig thuiszitten heeft echter ook zijn voordelen. 3. VOORSTEL VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS TOT VASTSTELLING VAN DE BEGROTING 1960 VAN DE GEMEENTE EN DE GEMEENTELIJKE TAKKEN VAN DIENST EN TOT GOEDKEURING VAN DE BEGROTING 1960 VAN DE BURGERLIJKE INSTELLING VOOR SOCIALE ZORG EN VAN DE GASTHUIS- EN PASSANTARMEN PRAE-ADVIEZEN NOS. 366,373 en 381) De VOORZITTER geeft gelegenheid tot het houden van algemene beschou wingen. De heer DE JONG zegt het volgende: "Mijnheer de Voorzitter, Nu het zo heeft moeten zijn, dat U juist tijdens deze begrotings vergaderingen voor het eerst onze raad voorzit, heb ik lang geaarzeld bij het nemen van het besluit of ik deze keer namens de R.K. Raads fractie algemene beschouwingen zou houden. Na overleg met mijn fractie genoten heb ik gemeend, dat deze omstandigheid juist een reden temeer is om dat wel te doen, omdat dit er wellicht mede kan toe bijdragen de wederzijdse inzichten te leren kennen. Bovendien kan de eventueel hier en daar en de navolgende doorklinkende critiek vanzelf niet tot Uw persoon gericht zijn, zodat U die dan ook wat Uzelf betreft zonder meer naast U kunt neerleggen. Mag ik dan beginnen met een aangelegenheid, waarover in onze fractie allerminst gerustheid bestaat en die betreft de verkrijging van vol doende bouwgrond voor de niet meer zo verre toekomst. Reeds bij onze in de aanvang van het afgelopen jaar gehouden beschouwingen attendeer den wij hierop. Uit het toen ontvangen antwoord bleek, dat de eerst volgende stadsuitbreiding - als over enkele jaren het plan-West zal zijn volgebouwd - zal moeten plaats vinden in zuidelijke richting. Over de Rondweg heen dus. Woordelijk stelden wij:"wij zijn er niet mede be kend, of er momenteel reeds plannen in voorbereiding zijn om te komen tot oplossing van het hier gestelde probleem. Doch in elk geval lijkt het ons de hoogste tijd om daartoe te geraken. Wij hopen, dat het U mogelijk zal zijn ons binnen afzienbare tijd Uw plannen ter zake voor te leggen". Tot zover dit citaat. Wij zijn nu een jaar later en de uitgesproken wens is ijdel gebleken. Wij weten niet, in welk stadium van voorbereiding dit plan thans ver keert. Doch wel menen wij, dat het in deze aangehouden tempo onverant woordelijk laag is. Zeer wel zien wij in, dat een dergelijk plan niet zo maar in een handomdraai ter tafel kan worden gebracht, maar in een heel jaar tijds kan er toch nog al wat gebeuren. Blijkens een zinsnede in de memorie van antwoord op de gemaakte opmerkingen is hier het wachten op rijks- en provinciale waterstaat. Nu weten wij, dat dit ambtelijke molens zijn en bijgevolg langzaam draaien, maar kunnen wij ervan op aan,dat aan deze instanties uwerzijds voldoende duidelijk is gemaakt, welk belang er hier voor Roosendaal op het spel staat? Het lijkt ons dringend geboden, al het mogelijke te ondernemen om deze zaak met inbegrip van het daaraan door de planoloog te verrichten werk - te bespoedigen. Immers, uit de praktijk weten wij maar al te goed, - hoeveel - -13- hoeveel tijd er na de vaststelling van een uitbreidingsplan weer nodig is om de gronden in eigendom te verkrijgen en bouwrijp te maken. Wij mogen thans met zeer grote voldoening vaststellen, dat er in het achter ons liggende jaar echt vaart is gekomen in de oplossing van het wening- tekort in onze gemeente. Voor de op dit gebied bereikte resultaten komt het gemeentebestuur alle lof toe. Echter, U zult het met ons eenskunnen zijn, het moet eenvoudig ondenkbaar kunnen zijn, dat over een paar jaar deze verheugende keer ten goede bij gebrek aan bouwgrond weer teniet zou worden gedaan. Wij zijn wat de beschikking over grond betreft al vaker met de hakken over de sloot gekomen. Als aan dit plan zo doorgewerkt wordt, dan zal - zo vrezen wij - de overkant nu eens niet worden gehaald. Wordt deze vrees in het College van burgemeester en wethouders gedeeld of is men daar terzake optimistischer gestemd? Nu wij het toch over bouwgrond hebben; er ligt er nog steeds wat braak in het Parochie-centrum aan de Dr. Schaepmanlaan. Het is wel niet zo erg veel, maar deze braakliggende grond betekent niet alleen rentever lies, het is ook een danige ontsiering van de hele wijk. Ligt hier niet een mogelijkheid voor particuliere woningbouw? Misschien zou de grond voor dit doel meer in trek komen, als de straat eindelijk eens doorgetrokken werd naar de Boulevard en ook de omlegging rond één huis op het Knipplein werd opgeheven. Kennelijk is de Dr. Schaepmanlaan geprojecteerd als de hoofdstraat van de Fatimawijk, doch zij blijft voor het verkeer nog slechts via omwegen te bereiken. Om nog eens voor een ander geval terug te grijpen op de algemene be schouwingen van het vorig jaar: wij wezen toen o.m. ook op het ontbreken van voldoende sportvelden in Roosendaal. Wij opperden de mening, dat er naast een sportpark ook grote behoefte bestaat aan velden op verspreid liggende plaatsen, m.a.w. in of dichtbij de woonwijken. Het spijt ons te moeten constateren, dat ook in dit geval een heel jaar te kort is gebleken om tot daden te komen; er kwam niet één m2 bij. Wij vragen dan ook hiervoor nogmaals heel dringend Uw aandacht. Dit laatste willen wij ook doen met betrekking tot de werkgelegenheid. Zeker, de huidige werkloosheidscijfers zijn gelukkig niet slecht te noemen, maar wij menen toch te moeten ontkennen, dat onze gemeente er in het afgelopen jaar in is geslaagd de werkgelegenheid binnen de woonplaats gelijke tred te doen houden met de toenemende behoefte. Het lijkt ons eerder toe, dat de industrie-vestiging zich al te geruime tijd op een dood punt bevindt. Wij hebben grote belangstelling voor de vraag, of liever het antwoord daarop, hoe in deze naar Uw mening de vooruitzichten zijn. Zoeven, mijrteer de voorzitter, bezigde ik de uitdrukking "op een dood punt" in figuurlijke betekenis. In de oorspronkelijke opzet van mijn uiteenzetting kwam ik thans tot het onderwerp, waarop deze woorden ook nog letterlijk van toepassing zijn: t.w. de Nieuwe Markt. Het doet ons genoegen, dat wij - gezien Uw dezer dagen ontvangen mede deling, dat gedeputeerde staten geen bezwaren meer hebben tegen de tunnelaanleg - die passage uit de beschouwingen kunnen weglaten. Wij spreken nog slechts de hoop uit, dat er nu inderdaad schot zal komen in de ontwikkelingvan evengenoemd nieuw stadsdeel. De spoedige bouw van de tunnel houdt daarmede naar onze mening immers ten nauwste ver band. Iets waarvoor in onze fractie allerminst enthousiasme bestaat is de geringe vordering bij het oplossen van de ook zo lang slepende kwestie van het bejaarden-tehuis. Hoewel reeds meermalen ter sprake geweest: nog steeds is ons geen uitvoerbaar plan voorgelegd. Het wil er bij ons maar moei lijk in, dat alleen al-het opmaken van een plan zo hopeloos lang moet duren. - Herinneren -

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 13