-11- staten "bezwaar hebben tegen de verstrekking van een lening en de gelijktijdige toekenning van een jaarsubsidie, moet worden afge wacht. De K.A.B-afdeling heeft echter veel lasten op zich genomen en kan haar taak nog steeds niet naar behoren volbrengen. Gezien de grote noodzakelijkheid van het werk heeft zij gemeend, een beroep te mogen doen op de gemeenschap. De gemeenschap zal in grote mate van het Gildenhuis kunnen profiteren. Het hoofdbestuur van de L.A.B. heeft de afdeling bij de vorige verbouwing zeer geholpen. De heer Rampaart heeft gezegd, dat het gebouw aantrek kelijk en noodzakelijk is voor de katholieke arbeiders. Daaraan wil spreker toevoegen, dat ook het niet-katholieke deel van de bevolking in het verleden in ruime mate van het gebouw gebruik heeft gemaakt, dat ook op het ogenblik doet en naar spreker hoopt in de toekomst daarmee zal doorgaan. De VOORZITTER zegt, dat de heer Rademakers heeft gevraagd, wat gedeputeerde staten zullen doen. Dat college heeft zijn eigen ver antwoordelijkheid ten aanzien van gemeentelijke besluiten. De raad heeft hier zijn verantwoordelijkheid. laar de mening van burgemeester en wethouders eist de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur, dat dit besluit wordt genomen. Onlangs is een rapport verschenen over de onmaatschappelijkheid in'deze gemeente. Spreker heeft dat nog niet geheel kunnen bestuderen, maar hij weet al wel, dat de hier bestaande onmaatschappelijkheid relatief groter is dan die in gemeenten van dezelfde soort en in andere West- Brabantse gemeenten. Dit wijst erop, dat we achter zijn. Dit kan alleen een prikkel zijn om iets te doen. En praktisch kan de gemeente alleen finanoieel helpen. Wat het hoofdbestuur van de K.A.B. doet, kan spreker niet beoordelen. Hij heeft zich wel eens afgevraagd, of het in bepaalde streken wat meer zou kunnen doen. Hij kan echter de zaak alleen plaatselijk bezien. Hij hoopt, dat dit besluit voor de K.A.B-afdeling een prikkel zal zijn om de grootst mogelijke activiteit te ondernemen op sociaal en cultureel gebied, oo - a*- -*-s het nu eenmaal een bekend feit, dat men bij het verrich ten van cultureel werk dikwijls teleurstellingen ondervindt. De heer MOER HST GS merkt op, dat het uitlenen van een bedrag ad f 100000- wordt voorgesteld. Hij hoopt, dat het bedrag verlaagd zal worden, als blijkens de aanbesteding minder nodig zal zijn en dat er, als de aanbesteding zou tegenvallen, een aanvullend voorstel zal komen. De heer RADEMAKERS wil - ook naar aanleiding van hetgeen de heer Machielse heeft gezegd - nog vooropstellen, dat zijns inziens in het Gildenhuis goed werk wordt verricht. Hij hééft ook geen bezwaar tegen het uitlenen van een bedrag ad f 100.000,-, maar wel tegen de door hem genoemde voorwaarden betreffende het jaarsubsidie. De voorzitter heeft gereageerd op sprekers opmerking ten aanzien van he c H.V.V., maar spreker zou ook andere organisaties als Adelbert e.d. kunnen noemen. Ook die kunnen een gebouw stichten en dezelfde financiële bijstand'vragen. Er kan nu wel sprake zijn van een hoge 0i.een lage drempel, maar er zouden groepen kunnen zijn, die tegen beide drempels bezwaar hebben. Moeten we die dan helpen een eigen gebouw te stichten Bovendien is het toch zo, dat een particuliere ondernemer een dergelijk subsidie niet kan krijgen. Spreker ziet hierin een oneerlijke concurrentie van met gemeenschapsgeld tot stand gebrachte zalen ten opzichte van vrije ondernemingen. De -voorzitter- -12- voorzitter te eft gezegd, dat de vergelijking mét harmonieën en dergelijke culturele verenigingen mank gaat, maar spreker zou willen weten, waarom. Die verrichten ook cultureel werk; waarom zouden zij dan geen subsidie voor een gebouw kunnen krijgen Spreker vraagt zich af, of het wel op de weg van de gemeenschap ligt, een gebouw van een bepaalde groepering te helpen uitbreiden. De heer SIMOHS merkt op, dat de heer Ra de makers heeft gesproken van de stichting van een nieuw gebouw. Een paar jaar geleden heeft de gemeenteraad een soortgelijk besluit genomen ten aan zien van "De Burcht",een verenigingsgebouw voor de Hervormden, omdat de belanghebbenden de financiering en exploitatie ook niet rond konden krijgen. De heer RADEMAKERS is van oordeel, dat toen andere voorwaarden werden gesteld, hetgeen de heer SIMQNS ontkent. Hu echter gaat het niet om een nieuw gebouw, maar- om een bestaand. Het gaat erom, dat te laten voldoen aan de eisen van de tijd en daarvoor gemeentelijke bijstand te verlenen. Er kan toch geen bezwaar tegen bestaan, de Roosendaalse K.A.B.- afdeling te helpen voortzetten wat ze al doet De VOORZITTER meent, dat men deze dingen verbonden moet zien aan bepaalde gegroeide situaties. Als er opnieuw begonnen moest,, worden, zou spreker streven naar het tot stand brengen van een groot gebouw, waarin alles ondergebracht kon worden. Het gebouw, waar het nu om gaat, is er echter. De vergelijking met particu liere zalen, welke beconcurreerd zouden worden, gaat naa^ spre kers mening ook niet op. In het algemeen betreft dit caféhouders, die ook nog een zaaltje of een zaal exploiteren en cafe's zijn toch niet de inrichtingen, waar men sociaal of cultureel werk verricht. De heer RADEMAKERS zegt, dat onlangs een trouwpartij is gehouden in een zaal, die met gemeenschapsgeld is verbouwd; daardoor werd aan particuliere zaalhouders concurrentie aangedaan. De VOORZITTER wijst erop, dat de overheid niet de volledige inkomsten en uitgaven dekt van de S chouwburg-Roosendaa 1. Men moet ze ook gelegenheid geven om zelf wat te verdienen. In zoverre is spreker het met de heer Rademakers eens dat hét bestuur in deze zaken wel de voorzichtigheid moet betrachten, maar hij zou in een bepaald geval toch met beschikbaarstelling van een zaal van de schouwburg voor een feestelijkheid accoord kunnen gaan. De heer RAMPAART wil er ook de aandacht op vestigen, dat het hier een bestaand gebouw- geldt; het Gildenhüis is er al 40 jaar. Particulieren zitten hierop niet te wachten, maar een verga dering moet gehouden kunnen worden zonder dat de aanwezigen verplicht zijn, consumpties te gebruiken. Er zijn trouwens hogere belangen dan materiële. De heer RADEMAKERS blijkt stemming over het voorstel te ver langen. -Deze-

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 138