-6- De heer VOS heeft de percelen niet gekocht. Het geval Vooghden hield echter destijds ook verhand met de verkrijging; de commissie achtte zich echter niet competent. Volgens de heer SCHAAESMA lag die zaak anders; Vooghden leed schade als gevolg van een overheidsmaatregel. De VOORZITTER heeft er principieel geen enkel bezwaar tegen, over deze zaak de commissie te horen. Men kan echter ook een redenering opzetten, welke leidt tot de conclusie, dat deze zaak niet in de- commissie thuishoort. De heer VAN BEEK vertelt de gang van zaken. De raad had al tot aankoop besloten. Gedeputeerde staten hielden hun beslissing zo lang aan, dat Bosch, die geld nodig had voor zijn zaak in Breda, rente ging bedingen; hij moest nl. intussen naar een bank. Hij kwam toen bij de gemeente en vroeg een bedrag boven de reeds over eengekomen koopsom. Spreker heeft toen het standpunt ingenomen, dat die bijdrage apart moest worden gezien van de koopsom. Naar het oordeel van burgemeester en wethouders heeft Bosch er recht op. De koopakte is vorige week vrijdag al gepasseerd. Over de rente- schade behoefde daarin niets te worden opgenomen. De heer SCHAARS MA blijft bij de mening, dat het voorstel betrekking heeft op de verwerving van gemeente-eigendommen. De VOORZITTER is van oordeel, dat de beide redeneringen een element van waarheid bevatten. Burgemeester en wethouders hebben er geen enkel bezwaar tegen, de zaak naar de commissie te verwijzen, maar spreker kan zich anderzijds voorstellen, dat het in dit geval niet is gebeurd. Onder verwijzing naar de tweede alinea van het prae-advies zegt de heer RAMPAART, dat daaruit kan worden geconcludeerd, dat gedepu teerde staten nu geen bezwaar meer hebben tegen de oostelijke entree. Het doet niet prettig aan, dat er steeds aan verder wordt gewerkt. Spreker heeft"de indruk, dat er tegen de wil van de raad aan wordt doorgewerkt en dat zo ongeveer het principe geldt wie de langste adem heeft wint het. De VOORZITTER geeft de heer Rampaart in overweging, vertrouwen te hebben in de door hem namens burgemeester en wethouders gesproken woorden, dat de vaststelling van het plan niet inhield, dat de oostelijke entree zou worden aangelegd zoals die in het plan is geprojecteerd De heer RAMPAART antwoordt, dat de burgemeester hetzelfde ook ij de vorige vergadering nog gezegd heeft. Maar op elke tekening staat die oostelijke entree. De VOORZITTER belooft de raad,graag, dat hij nog gelegenheid zal krijgen om de oostelijke entree af te stemmen. De commissie stads ontwikkeling weet, hoe spreker erover denkt. -De- De heer MOER IN GS is het daarmee eens, maar hij wil toch erop wijzen, dat als burgemeester en wethouders intussen panden blijven verwerven, die voor aanleg van de oostelijke entree nodig zijn, deze er zal komen, omdat er geld voor geinvesteerd zal zijn. De VOOtiZIiTER zegt toe, dat burgemeester en wethouders de raad geen voorstellen meer zullen doen tjt aankoop van panden, die in het traject van de oostelijke entree gelegen zijn vóór de raad in volle vrijheid over die entree zal hebben beslist. De heer RAMPAART gaat daarmee accojrd, mits hiermee de door Ir. Gouwetor ontworpen oostelijk^ entree wordt bedoeld; spreker is nl. wel voor een oostelijke entree via de te vernieuwen Bredaseweg. De heer HENDRIKS is van oordeel, dat deze zaak zo langzamerhand een vertrouwenskwestie wordt tussen het dagelijks bestuur en de raad. He t dagelijks bestuur moet echter kunnen regeren en vooruit zién; anders wordt het regeren moeilijk. Als de raad overal tegen is, zal net voor het dagelijks bestuur moeilijk worden, voor de gemeente te doen wat nodig is. De VOORZITTER deelt mee, dat b. en w. het erover eens zijn, dat deze zaak oeslist moet worden, De vergadering van de commissie stadsontwikkeling had echter niet meer dan een gedachtenpeiling ten doel. Binnenkort zal de commissie weer bijeenkomen en daarna zal er wel een raadsbesluit bevorderd moeten worden. Intussen aT",i?+'^e^,dïSCUT n i?S e°hter afgedwaald. Er is in casu een raadsbe- f, volledig door gedeputeerde staten goedgekeurd is. De te is gepasseerd. Er blijkt nu verschil van oordeel te bestaan over de vraag, oï de nu aan de orde zijnde zaak thuishoort in de commissie voor onroerende goederen en pachtzaken of niet. hadd^nr+RADEÏ'!hK?RSiWaS 31 dat S?deputeerde staten bedenking S teSen ^et P^a.n, oosteiljke entree. Het valt hem tesen, dat de burgemeester blijft stellen er zal binnenkort een duidelijke uitspraak van de raad moeten komen. Een dergelijke uitspraak ïs nl. allang gedaan. De raad bleek gewoon een oostelijke entree langs de Bredaseweg te willen. Tegen het verlenen van de in het voorstel bedoeldeschadevergoeding heeft spreker geen bezwaar, maar in dit ïïaeZaJVle?-,ls weer sprake van de oostelijke entróe. Spreker zou van het college van burgemeester en wethouders willen vernemen, of het het raadsbesluit over de oostelijke entree handhaaft dan wel E 4,een voorstel k°mt tot aanleg van de oostelijke entree conform het ontwerp van'Ir. C-ouwetor. Overigens is meegedeeld, dat verleden week de akte-Bosch al getekend S'-ii vreefld aan' dat dit voorstel dan nu gedaan wordt, ter- wijl er toon sprake is van een conditio sine qua non. Er staat wSni'rnn a de heer Bosch niet meer bereid was aan het tot stand men van deze transactie medewerking te verlenen, zonder dat hem een vergoeding werd betaald wegens renteschade1' MpImRZÏTT?R ?eeft ®i bezwaar tegen, dat de oostelijke entróe hierbij te berde wordt gebracht. Bovendien is het niet juist, te s cellen, dat de raad de oostelijke entree heeft verworpen, want dat is in strijd met de feiten. De raad heeft het plan "Villapark- Yeriraanng vastgesteld; burgemeester en wethouders hebben toen ?oudb niet in> dat de oostelijke entróe zal worden aangelegd zoals die op de kaart staat, maar laten we de ruimte overVderoSrre^n 6ït 'r 8611 ,Sewoon wijkstraatje aanleggen. Maar „pv, hpf-f? f Dïe entree z°aT-s de heer Gouwe tor die heeft ontwor pen neef t de raad nog geen,uitspraak gedaan. Er is dus ook geen crediet voor en b. en w, kunnen zelfs in deze niets doen. Overigens -is-

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 135