4 - De heer RADEMAKERS zegt, dat, als er een grote industrie naar Roosendaal zou willen komen, b. en w. die niet zouden kunnen helpen omdat er niet voldoende bouwrijp industrieterrein beschikbaar is. Zo kan Swanenberg nu geen gasten ontvangen. Hij kan dus schade geleden hebben. Wat de aan maning tot voorzichtigheid betreft, zou spreker erop willen wijzen, dat, als de oostelijke invalsweg toch komt over de Bredaseweg, er heel veel schade geclaimd zal worden. Overigens zou spreker nog graag horen, wat de voorzitter denkt van zijn suggestie, vergoeding te geven als er gebouwd wordt en geen vergoeding als er niet wordt gebouwd. Als er inderdaad strijd is met de bouwverordening, vindt spreker het vreemd, dat het ver zoek is afgewezen op grond van het uitbreidingsplan. De VOORZITTER antwoordt, dat Swanenberg geen formele aanvraag om bouwver gunning heeft ingediend. Dat versterkt sprekers indruk, dat het een pro beersel is. Als het gemeentebestuur doet wat de heer Rademakers voor stelt, geeft het toe, dat hij schade geleden heeft en dat ontkent het juist De heer SCHAAFSMA zegt, dat de burgemeester de serieusheid van de plannen van Swanenberg in twijfel trekt en stelt dat ze misschien door deze ver ordening geïnspireerd zijn. Voorts heeft de burgemeester gezegd, dat het plan niet aan de eisen voldoet. Wat het laatste betreft zou spreker wil len opmerken, dat dit z.i. geen steekhoudend motief is; het plan kan immers gewijzigd worden. En wat het eerste betreft wil spreker zeggen, dat Swanenberg al jaren over uitbreiding van zijn zaak praat. Of de plan nen ernstig waren, is moeilijk te beoordelen. Dat Swanenberg gedacht heeft nu een slaatje te kunnen slaan, gelooft spreker bepaaldelijk niet. Dat zal het gemeentebestuur moeten bewijzen. Iets anders is, of we er wijs aan gedaan hebben, deze verordening destijds aan te nemen. De VOORZITTER zegt, dat deze verordening is afgekondigd op 1 december 1959 Op 3 mei 1960 is dit verzoek ingekomen. Tussen die beide data ligt het indienen van het schetsplan. Vindt de raad niet, dat Swanenberg er heel gauw bij is? De heer SCHAAFSMA gelooft niet, dat het indienen van het plan geinspireerd is door het bestaan van de verordening. De pers heeft aan die verorde ning weinig aandacht geschonken. Velenkennen ze nog niet. De VOORZITTER kan toch niet aan die indruk ontkomen. Bovendien is hier geen schade zoals de verordening bedoelt. Spreker moet de raad sterk ont raden, aan het verzoek te voldoen. Er is bovendien aan Swanenberg in over weging gegeven, een plan in te dienen, dat aan bepaalde voorwaarden vol doet. De heer BRAAT wil opmerken, dat Swanenberg nu kan bouwen; als hij nu bouwvergunning vraagt krijgt hij die waarschijnlijk. De VOORZITTER zegt, dat b. en w. langzamerhand het standpunt gaan inne men, dat ze geen verzoeken om bouwvergunning moeten aanhouden of weigeren als bepaalde uitbreidingsplannen niet positief zijn. De heer BRAAT zegt, dat Swanenberg geen schade kan claimen als hij nu bouwvergunning kan krijgen. De VOORZITTER antwoordt, dat hij alleen zou kunnen beweren, dat hij schade heeft omdat hij te laat kan bouwen, maar dit is naar sprekers me ning toch wel erg zwak. De heer MOERINGS merkt op, dat, als iemand een schetsplan indient en de stedebouwkundige gaat daarmee niet accoord, dat plan veranderd moet worden - Doet - - 5 - Doet hij dat niet, dan kan hij geen schade claimen. De VOORZITTER wijst erop, dat de heer Groosman heeft gezegd: als hij het zo doet, krijgt hij bouwvergunning. Er staan natuurlijk heel wat lijnen op papier. Het is een beetje grieze lig, iemand bouwvergunning te geven als er bepaalde plannen zijn. Spreker denkt nu bijvoorbeeld aan de nieuwe binnenring. Het is onaangenaam, als men een aanvraag ziet voor een plan, dat zich net op zo'n lijn bevindt. Maar de vergunning moet naar sprekers mening worden gegeven. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierna het onderhavige voorstel aange nomen (zie het besluit nr. l/8779). 5. ALSVOREN TOT BENOEMING VAN LEDEN VAN DE WONINGCOMMISSIE (PRAE-ADVIES NO. 585). De heer MOERINGS brengt de wens naar voren, dat iemand van de Katholieke Unie in deze commissie zal worden benoemd. Destijds is dat gestrand omdat men niet graag iemand liet vallen. Anderzijds is het zo, dat als er uitbrei ding aan het ledental gegeven wordt, splitsing van de commissie in twee kamers nodig is, hetgeen remmend zou werken. Toch wil de Katholieke- Unie-fractie een beroep doen op de overige leden, een man van de Katho lieke Unie in deze commissie te benoemen. Men denkt aan de heer Noldus, bouwkundig opzichter, wonende in de Esdoornlaan. Op de desbetreffende vraag van de VOORZITTER antwoordt de heer MOERINGS, dat de heer Noldus benoemd zou kunnen worden in de plaats van de heer Mathijssen. De VOORZITTER antwoordt, dat de leden van de woningcommissie aan bepaalde eisen moeten voldoen; hij leest de terzake geldende voorschriften voor. De heer RADEMAKERS zegt, dat, als hij goed ingelicht is, behalve deze com missie altijd de heer Goossens werd geraadpleegd als het woningen in Nis pen oetrof. Kunnen we nu niet de heer Peters vervangen door de heer Noldus en dan de heer Peters laten komen als het woningen van de spoorwegen be treft? De hoer THEUNISSE zegt, dat in de voorschriften niet wordt gesproken over partijen, maar wel over deskundigheid. Het verzoek zou wel voor inwilli ging vatbaar zijn, maar is het de moeite waard? In sommige gemeenten is de woningcommissie al opgeheven. Spreker gelooft, dat ze ook hier op haar laatste benen loopt. Hier is de woningnood overigens nog wel zó groot, dat het voor het gemeentebestuur moeilijk zou worden, zelf de dis- tributie te verzorgen. Maar waarom de heer Peters door een ander lid ver vangen zou moeten worden begrijpt spreker niet. Partijpolitieke zaken ko men hier niet aan de orde. De commissie heeft al vele jaren goed voldaan. Nu is ze misschien in haar laatste of voorlaatste jaar. öok de VOORZITTER is van oordeel, dat er kruit in de lucht verschoten wordt. De commissie is inderdaad een verdwijnend geval. De heer RAMPAART kan zich toch bij het voorstel van de heer Moerings aansluiten. Destijds heeft de PvdA-fractie een zelfde verzoek gedaan en daardoor is mevrouw Slsinga-Looy in de commissie gekomen. Spreker hoopt, dat er nu ook een lid van de Katholieke Unie in zal komen. De^heer THEUNISSE zegt, dat de heer Rampaart ten dele gelijk heeft. Maar vóór mevrouw Elsinga-Looy in de commissie zitting nam, zat er al een van haar partijgenoten in, die niet herkozen werd. - De VOORZITTER - ![i I

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 113