-6- kiezen, dat iedere levensbeschouwing vertegenwoordigd wordt en da.t dan tóch de juiste mensen in de commissie zitting hebben. De toezegging ten aanzien van de burgerlijke instelling voor sociale zorg betrof een veel groter bestuur. Hier gaat het om vier mensen en een wethou der. Men heeft gemeend, mensen te moeten voordragen uit elke catego rie van de bevolking. Er is niet bij stilgestaan, of ze alle vier katholiek zijn. Spreker kent niet de religie van de onderste candidaat, maar deze is een deskundig man. De heer Pird"e heeft zijn sporen ver diend op het gebied van het credietwezen; hij was lid van het bestuur van de Roosendaalse afdeling van de desbetreffende Bredase instelling. Bij de aanneming van het reglement heeft spreker al gezegd, dat hij er op zou staan, dat er een detaillist in het bestuur zitting zou hebben. De heer van Nijnatten is secretaris van de afdeling Roosendaal van de K.A.B. Een vertrouwensman van een grote organisatie hoeft niet bij een vertegenwoordiger van een kleinere organisatie achtergesteld te worden. Voorts wordt nog een vrouw aanbevolen, omdat er ook aan vragen zullen komen om credieten voor huishoudelijke aanschaffingen. Het geldt hier overigens maar een aanbeveling; als de heer Koppenol iemand anders noemt, kan deze gerust in de rij der candidaten mee lopen. Spreker kent de heer Bout niet. De raad is vrij in zijn keuze. Op een vraag van de heer RAMPAART, of de aanbevolenen benaderd zijn en of ze bereid zijn, benoemingen te aanvaarden, antwoordt de heer THEUNISSE, dat hijzelf de eerste drie candidaten heeft benaderd en de heer Schils de vierde. Hierna wordt overgegaan tot stemmingen, welke de volgende uitslagen tonen: eerste stemming: 13 stemmen op van Nijnatten, 11 idem op Bout 1 op Pirée; de heer van Nijnatten is dus benoemd. tweede stemming: 14 stemmen op Bout, 10 stemmen op mw. Hopstaken-Franken, 1 blanco-stem; de heer Bout is dus benoemd. derde stemming: 19 stemmen op Pirée, 5 stemmen op mw. Hopstaken-Franken, 1 blanco stem; de heer Pirée is dus benoemd. vierde stemming: 17 stemmen op Kolsteren, 7 stemmen op mw, Hopstaken-Franken, 1 blanco-stem; de heer Kolsteren is dus benoemd. 25. ALSVOREN TOT BENOEMING VAN EEN ONDERWIJZER AAN DE OPENBARE G.L.O.- SCHOOL (PRAE-ADVIES NO. 390). De VOORZITTER wijst erop, dat het hier een voordracht betreft, zodat de raad er niet buiten mag gaan. De heer MOERINGS heeft van het voorstel met belangstelling kennisge nomen, omdat de raad het bestuur vormt van de openbare lagere scholen. Het verbaast spreker, dat de voordracht deze volgorde heeft; de derde candidaat heeft de meeste en de beste papieren en de verkregen in lichtingen zijn van dien aard, dat het spreker een uitstekende kracht lijkt. Waarom is aan deze nu bewust de derde plaats toegewezen? Voorts zou spreker van de wethouder van onderwijs graag vernemen, wat het geloof is van de derde candidaat. - De - -7~ De heer SIMONS, wethouder, zegt blij te zijn, dat de heer Moerings erover sprak, dat de derde candidaat de beste papieren heeft en wel, omdat spreker veelvuldig het verwijt hoort, dat hij daaraan teveel aandacht wijdt. Hij hoort vaak: als je geen titel of diploma hebt, is het niet goed» De inspecteur van het lager onderwijs, het hoofd van de school en spreker hebben de candidaten bezocht, Zij zijn unaniem tot de conclusie gekomen, dat de eerst—voorgedragene voor het werk de beste is. Het geloof van de derde candidaat kent spreker niet. Dit heeft bij de keuze van geen van de drie enige rol gespeeld. De conclusie van degenen, die de candidaten bezocht hebben, is,dat de eerste de beste is; tussen de tweede en de derde zou nog twijfel mogelijk zijn. De heer MOERINGS betreurt het zeer, dat hij op zijn laatste vraag geen antwoord heeft gekregen. Hij had in deze zijn hoop gevestigd op één man; de wethouder van onderwijs. De heer SIMONS merkt op, dat het énige criterium bij benoemingen als de onderhavige de vraag is, of het een geschikte onderwijskracht is. Ook spreker zou graag een niet—katholieke leerkracht aan deze school zien, maar het gaat allereerst om de vraag, of het een goede kracht is en de religie komt op de tweede plaats. De heer MOERINGS verklaart, niet als eenling te hebben gesproken. Deze zaak is aan de orde geweest in de fractie, waarvan spreker deel uit maakt» Negen leden van de raad - van het schoolbestuur dus - zijn het hiermee eens. Er zijn aan spreker inlichtingen verstrekt, volgens welke het verloop op de school zeer groot is. Menig andersdenkende wordt er van weerhouden, zijn kinderen op die school te doen omdat het allemaal® katholieke onderwijzers zijn» Roosendaal is een industriecentrum en het is daarom van belang, dat men ook met de belangen van andersden kenden rekening houdt. In dat licht bezien bevredigt het verkregen antwoord niet. De wethouder heeft gezegd; we moeten de beste kracht nemen. Dat is inderdaad heel normaal. Maar spreker zou willen weten, of de derde candidaat katholiek is. De heer SIMONS veronderstelt, dat die candidaat niet katholiek is, omdat hij een Zeeuw is. Er is echter niet eens getracht, dat te weten te komen. De inspecteur, het hoofd van de school en spreker waren het Pr! toen ze in Oostburg geweest waren, roerend over eens, dat ze ver der moesten. Er is overigens al vaak getracht, aan de door de heer moerings geuite suggesties te voldoen, maar het zou niet verantwoord zijn, met dat doel een mindere kracht te nemen, Spreker weigert, op het geloof van de candidaten te letten, dat doet hij in zijn normale werk ook niet. nierna wordt overgegaan tot stemming. Bij de stemming blijken te wor den uitgebracht: 14 stemmen op de heer Bilok, 10 stemmen op de heer Kaboord en 1 blanco-stem. De heer Bilok is dus benoemd. Er worden maatregelen genomen om hem dadelijk met zijn benoeming in kennis te stellen, 26. ALSVOREN TOT AANKOOP VAN GRONDEN IN VERBAND MET DE ZANDWINNING VOOR RIJKSWEG 17 PRAE-ADVIES NO. 391 De heer MOERINGS merkt op, dat in Roosendaal zo'n 1300 hengelaars in een stichting verenigd zijn. Al jarenlang zien die met verlangen uit naar een put, die voor zandwinning wordt gemaakt. Nu is er een gele genheid, Kan er nu in deze gigantische wateroppervlakte een klein - gedeelte -

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 10