-10- De VOORZITTER zegt, dat er wel iets zit in het bezwaar, dat men bij voorbaat een raadsmeerderheid doet ontstaan. De heer BRA.iT ziet ook een praktisch bezwaar. Als er bijvoorbeeld twee partijen meer zijn bij de volgende verkiezingen, moet men de verordening gaan wijzigen; dan komen er immers twee leden bij. De VOORZITTER gelooft, dat het het beste is, het voorstel van de heer Koppenol te volgen en de fractievoorzitters weg te laten. Met inbegrip van de voorzitters van de bestaande commissies heeft; men dan tien leden; dat is een onschuldig getal. De heer HENDRIKS zegt, onder verwijzing van artikel 8 van de veror dening, dat de typische figuur zal ontstaan, dat leden van b. en w. aan zichzelf zullen adviseren. De VOORZITTER antwoordt, dat de wethouders, die voorzitter zijn van de twee bestaande commissies, toch in de nieuwe commissie zitting zullen moeten heb oen; anders zitten ze er wat buiten. De heer MA. CII IE IS E is in beginsel zeer geporteerd voor instelling van een commissie stadsontwikkeling. De materie is immers zeer belangrijk. Hij hevft zich echter afgevraagd, waarom diecommissie zo groot moet zijn. Daarnaast acht hij de stadsontwikkeling van zo danig belang, dat alle raadsleden erbij betrokken moeten worden, opdat zij, als bepaalde plannen vorm gaan aannemen, georienteerd zijn. Hij zou het daarom in de toekomst zo willen zien, dat over uitbreidingsplannen in de toekomst niet meer word o beslis c zonder dal de raad daarvan in informele bijeenkomsten heeft kunnen kennisnemen. Hij gaat geheel accoord met het voorstel, zoals het nu gewijzigd is, maar hij bepleit een grotere inschakeling van de hele raad bij de s tad s ontw ikke 1 ing De VOORZITTER kan het met deze zienswijze eens zijn. Overigens was de praktijk tot nog toe al zo - men denke aan de behandelingvan het plan De Kroeven -, dat de plannen in ontwerp ter voorlopige vaststelling aan de raad worden aangeboden. Dat zijn burgemeester' en wethouders niet verplicht. Bij de definitieve vaststelling kan me dan nog met wijzigingsvoorstellen komen. Komt daarnaast een behande ling door de nieuwe commissie, dan wordt de raad naar sprekers oor deel behoorlijk geïnformeerd. De heer MACHTE IS E zou nog w t verder willen gaan. Hij zou willen, dat een plan als De Kroeven in een informele bijeenkomst volledig werd besproken en van deskundige toelichting werd voorzien; dan is de hele raad georienteerd. De VOORZITTER zou nu eerst eens willen werken in de door hem aange duide geest. De heer BRAAT zou het wel van belang achten, dat er wat meer structuurplanvergaderingen zouden komen. De Kroeven bijvoorbeeld is een onderdelenplan. Haar sprekers mening is het van belang, dat de raad de onderdelen eens in wat groter verba.nd ziet, al gebeurt dat maar in een vergadering, die eenmaal per jaar wordt gehouden. -De- -11- De VOORZITTER zegt, dat hij daarvoor meer begint te voelen. Het plan-in-hoofdzaken is nu in de raad geweest. Spreker heeft nl. op een bepaald moment gezegd het ligt er nu al 25 jaar; laten^we het in procedure brengen. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn, het binnenstadplan aan de raad voor te leggen in een informele bijeenkomst als de commissie daarop is "uitgebroed Dc- heer KOPPENOL merkt op, dat in zo'n commissie personen zitting plegen te nemen, die elk een andere kijk hebben op de maatschappij. Hoe meer verschillen er bestaan in die inzienten, hoe beter het naar sprekers oordeel is. Hij betreurt nu echter een ding; dat er geen vertegenwoordigster in zal zitten van de grootste groep der RoosendaaIse bevolking; de vrouwen. Als vrouwen gingen bouwen, zou den ze dat waarschijnlijk anders doen. Het ontbreken van eenvrouw in deze commissie acht spreker een leemte. Het is nu niet zijn be doeling, de commissie met een vrouw uit te breinen - dan zou de commissie immers weer groter worden -, naar hij heeft deze opmer king toch willen maken. De VOORZITTER is van oordeel, dat dit meer van belang is voor de woningbouw dan voor de planologie. Daarbij begint het idee lan delijk wel te leven. MEVROUW EISINGA-LOOY zegt, dat in verscheidene gemeenten in Nederland vrouwen worden betrokken bij de woningbouw. De VOORZITTER zegt, dat de woningbouw van de gemeente wordt teruggedrongen. Deze staat immers voor een tijdlang vast in ver band met het continubouw-project. De rest is in particuliere handen. Het lijkt spreker beter, dat de vrouwenorganisaties zich op landelijk niveau inspannen, zodat het idee tot de architecten doordringt. MEVROUW EISINGA-LOOY zegt, dat in verscheidene Nederlandse plaatsen de vrouwenorganisaties voorlichting krijgen. Hier heeft spreker iets soortgelijks willen bereiken, maar er werd geantwoord, dat het niet kon in verband met de continubouw. De VOORZITTER antwoordt, dat het inderdaad op het ogenblik weinig zin heeft. Hij wil het echter graag in de gaten houden. De heer THEUNISSE wil nog opmerken, dat hij op verzoek van een van de raadsleden in b. en w. de uitbreiding van de commissie met de fractievoorzitters aan de orde heeft gesteld. Het frappeert spreker nu, dat dat raadslid zich onder de tegenstemmers heeft geschaard. De VOORZITTER veronderstelt, dat het desbetreffende lid onder de indruk zal zijn gekomen van het argument, dat er een raads meerder - heid zou ontstaan. De heer RAMPAART zegt, dat dit inderdaad zo is. De behandeling in de fractie heeft de zittingname van de voorzitters niet bevorderd. -Hierna-

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1960 | | pagina 107