i van de Katnolieke Unie heeft met verwonder ine 20?di-iSn?^n hot voornenpn van gedeputeerde staten, de bn~ wi noren wethouders te verhogen tot f 7.248,-. Kon hoe-ineï^vaT^oof1?6^ tere1cht cn Sezien de Percentages van de ver- xiogingen vac,k ook ten onrechte verwezen worden naar de bekende ~i gemene loonronden, nu is daarvan zeker geen sprake en dit mStief ran V°T a?» niet o^ardige v-rhoglng van l5f zeker "nleï Seïden. n, gezien ïe ae voorgaande verhogingen, dan kan men toch ook 5"s'^spw!fcia men bl° eerdere gelegenheden aan de zuinige kant 1'it. de begrotingen purende, kan'men lezen, dat voor 1Q^4 oegroot was een vergoeding van f 4.040,- met daarnaast -.n kinder- f 4 8*0 V0?piWin??U?ILT0S Yan f 1*°50»90, voor 1955 was begroot 8-°>- (21 juli 1954) en een kindertoelage van f 1.164,-: voor 1955 ««tegroot f 5.300,- (1 januari 1955) ar. aan kindertoelage 1*07q'cn _-ri'id begroot f 5-300,- en aan kindertoelage .278,60 voor 1958 werd begroot f 6.300,- (1 oktober W6) en aan 'kindertoelage f 1.488,60. en la amper vijf jaar tijd is dus deze vergoeding indien sq- ^ste'efvaffrn^^fi^17^ VerhoSinS tot f 7-248,- overgaan, met 80I? 1,05 7-248,-, in percenten uitgedrukt dus 7n dezelfde periode zijn door de diverse loonronden de ge- niade_(.io inkomsten van onze ambtenaren gestegen met 20%. Het raoi/iexdat- net nier gaat om een aanpassing aan de algemene loons- verhogmgen, gaat dus zeker niet op. b dpr-P :n?at Rfos7ndaal d°°r stijging van zijn inwonertal in een an- koiffc. sf0Q' gaa'G 00k niet °p>" we blijven in de klasse van 50 tot 40 duizend inwoners. E -a derde motief zou eventueel doorslaggevend kunnen ziin -*"* ;iv0ntuele werkvermeerdering. Maar ook dit motief kan "vol eens onze fractie geen opgeld doen. /1.7; ons inzicht is de taak van de wethouders in de laatste jar^n zek-r niet zodanig toegenomen, dat dit deze 80#-verhoging zou motiveren, wasdat wel het geval, zo vroegen we ons af, fo^zoS act dan^moêelijk zijn, dat een der wethouders daarnaast nog een volledige dog aaar kan wijden aan een zeer verantwoordelijV;- de gehele mens" opeisend .ambt J e^nc ie fflens Er is us onzes inziens geen enkel steekhoudend motief tot deze weer grote verhoging. Dju men daartoe toch wil overgaan, verwondert ons nog meer gezien de nieuwste circulaire van de ministerraad, waarin de gemeen te pesuuren woraen aangemaand, zo zuinig mogelijk te zijn, omdat de precaire financiële positie van het Rijk haar oorsprong voor oen groot gedeelte schijnt te vinden in de gemeentelijke huishoudingen. Enerzijds de grootst mogelijke zuinigheid moeten betrachten en anderzijds niet g-heel gemotiveerde eenzijdige, drastische verho gingen poepassen is naar het gevoel van onze fractie moeiliik z«lfs onmogelijk met elkaar te rijmen. Mijnheer de voorzitter, onze fractie meent dan ook op al deze gronaen over de voorgestelde verhoging afwijzend te moeten advise ren" Be VOORZITTER zegt, dat de raadsleden gezien zullen hebben dat dla stuk alleen van hem is uitgegaan. Het had inderdaad vroeger gekuna, maar spreker was maandag en dinsdag uitstedig. En intussen -wa s - was hem gebleken, dat deze kwestie in andere gemeenteraden oen onderwerp was geworden van politieke debatten. Hij heeft toen zijn voorstel geschrapt. Het" is natuurlijk vrij moeilijk het uit het ontwerpbesluit blijkende gezichtspunt van gedeputeerde staten, dat betrekking heeft op alle Noord-Brabantse gemeenten, op zijn juistheid te toet sen. Het kan zijn, dat de verhoging, die wordt voorgesteld, hoger is „dan die der ambtenarensalarissen, omdat het peil van de sala riëring der wethouders destijds te laag was. Wie zal dit objectief kunnen beoordelen De ene wethouder heeft ook meer werk aan ziin functie dan de andere. Een gedifferentieerde honorering zou het echter nog moeilijker maken. Spreker an niet beoordelen, of ke voorgestelde verhoging te hoog, goed of misschien nog te laag is. Do ene wethouder, die nog en volledige functie bekleedt, gebruikt een deel van de eigenlijk voor die functie bestemde tijd zeker voor de gemeentedienst j men denke maar aan de door hem bij te wo nen vergaderingen van burgemeester en wethouders. Hij maakt don waarschijnlijk dagen van 17 uur. Dit is natuurlijk een zaak, die do ze wethouder zal moe te h' 'regelen met zijn chef van de belasting dienst. Spreker doet hét voorstel, met het ontwerp van gedeputeer de staten aocoord te gaan. De heer RADEH..XERS vraagt, of de wet houd -rs zelf zullen mee stem:'© n. Do VOORZITTER is van oordeel, dat daartegen geen enkel be zwaar bestaat. De zaak gaat hen niet persoonlijk aan. Elke wethou der stemt ook over het salaris van zijn 'collega' s en de beslissing heeft ook betrekking op de toekomst. Aan gedeputeerde staten kan ook worden medegedeeld, dat de wethouders hebben meegestemd. De heer EEIDRIIS meent, dat de zaak als volgt moot worden gezien. De- wethouders hebben .-en volledige dagtaak Dat is des tijds al uitgemaakt. Hu zou spreker deze vraag willen stellen wélke zakenman zou de wethouders taak willen verrichten voor deze- honorering Het lijkt spreker van belang, dat de raadsleden zien dit bij het uitbrengen ven hun stem goed realiseren. De VOORZITTER is van mening, dat de voorgestelde honorering wellicht (hij kent die bedragen niet precies) weinig hoger is dan die van een adjunct-commies of commies. Als het om een volle dagtaak, gaat, is de honorering veel te laag. De heer MOERIÏTGS vraagt, of de wethouders al dan niet een volledige dagtaak hebben. D VOORZITTER antwoordt, dat dit laatste n ar zijn persoon lijke mening niet het geval is. D heer RaMDwZRT zegt, dat dus aangenomen mag worden, c. t het geen volle dagtaak is. Er is een vergelijking gemaakt met iet salaris van een ambtenaar. Er gaat echter bij een ambtenaar 7 - bij een wethouder slechts 3% aan pensioenspremie af, die bij de laatst ©noemde bovendien nog gecompenseerd wordt door presentie geld voor oommissies en dergelijke- Als een ambtenaar f 7-500,- verdient, krijgt hij dat lang niet in handen. Dit is dus niet met elkaar te vergelijken. Maar als gedeputeerde staten aannemen, dat de wethoudersfunctie geen volledige dagtaak meebrengtdoet zich voo.r spreker tocli deze tegenstrijdigheid voor, dat destijds aan de -wethouders- VV t o L>

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad, 1916-1999 | 1958 | | pagina 120