er een begin zou worden gemaakt met het maken van plannen voor de bouw van een sportzaal of de uitbreiding van de Berk. Hij heeft onlangs in de Putse stencilkrant gelezen dat een vereniging van plan is de grens over te trekken, hetgeen hij later in een brief bevestigd heeft gekregen. Hij verklaart hierna dat zijn fractie voorstander is van de bouw van een sporthal, maar niet bij de Berk. Naar hij begrepen heeft zal de hal 8 a 9 meter hoog worden. De mensen die in de omgeving van de Berk wonen zullen dit niet in dank afnemen. Daarnaast zullen er nogal veel bomen moeten verdwijnen. Er is in be paalde raadsvergaderingen meerdere malen over bomen gesproken die niet mochten verdwijnen, er zijn zelfs bomen ter sprake gebracht waar geen touw om zat waardoor de gekste dingen konden gebeuren. Nu wordt er nergens meer over bomen gesproken alleen omdat er een sporthal moet komen. Naar zijn mening moet er een sporthal komen maar niet bij de Berk. Hij kan zich voorstellen dat een dergelijke hal daar duurder zal uit vallen o.a. vanwege de hogere grondkosten, doch dit naar zijn mening worden opgevangen door het horecagedeelte te verpachten, zodat daar geen kosten voor gemaakt hoeven te worden. Zou de raad desondanks toch besluiten om bij de Berk te bouwen dan verwacht hij veel bezwaren. Wat gebeurt er met die bezwaarschriften? Deze bezwaarschriften zullen moeten worden behandeld, dat kost tijd hetgeen weer inhoudt dat de bouw moet worden opgeschoven, zodat die ook weer duurder wordt, in elk geval duurder dan in het voorstel staat aangegeven. Hij verklaart nogmaals voor een sporthal te zijn, want er moet inder daad iets gebeuren. In het afgelopen weekeinde is er een tennistoer nooi gehouden wat in verband met het slechte weer niet buiten gehou den kon worden, zodat de hele vereniging naar Bergen op Zoom moest uitwijken. Er moet een sporthal komen maar niet bij de Berk. Het raadslid Ketelaars verklaart dat zijn fractie wel ja zegt tegen het voorstel van burgemeester en wethouders. Hij plaatst hierbij echter het voorbehoud, dat het Ministerie van Onderwijs de onderwijsvergoeding ad 86.000,beschikbaar stelt. Is er deze schriftelijke garantie niet dan moet dit voorstel opnieuw in de raadsvergadering aan de orde worden gesteld. Het raadslid Buijs verklaart dat zijn fractie uiteraard voor het voor stel is. Hij is het echter wel eens met het raadslid Ketelaars ten aanzien van de onderwijsvijsvergoeding. Als de hogere onderwijsvergoe ding niet wordt betaalbaar gesteld betekent dit een groter tekort van circa 50.000,per jaar.

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1981 | | pagina 92