stemming komt, dan vraagt hij zich af waar men aan toe is als er dan nog iemand zegt ik ben het eens met het schoolbestuur en het advies van de inspecteur. Wanneer men tot overeenstemming is gekomen moet men dan later weer anders gaan handelen, moet men dan weer anders gaan praten? Hij begrijpt dit niet. Het raadslid de Ru verklaart inderdaad niet aanwezig te zijn geweest. Hij moet deze woorden ook aannemen. Hij heeft echter personen ge sproken die de gang van zaken aan hem hebben medegedeeld. Het raadslid Looi.ien spreekt verrast te zijn over deze ontwikkelingen en stelt voor de vergadering te schorsen. Alle leden gaan daarmee akkoord. Nadat de voorzitter de vergadering heeft heropend verklaart het raadslid Looi.ien dat de leden van de oppositiepartijen inlichtingen hebben ingewonnen. Hij heeft begrepen dat het schoolbestuur in de bewuste vergadering, niet helemaal zonder protest, met het voorstel akkoord is gegaan, omdat men van het college de veronderstelling kreeg dat het college, namens de raad sprekend, niet meer zou kunnen geven dan Hij heeft gehoord dat op het einde van het jaar zeker 20 kinderen minder afgerekend zullen worden hetgeen een vermindering betekent van 20 x 438,8 2 8.776,40. Gezien het feit dat het schoolbestuur niet op de hoogte was van het advies van de inspectie en dit een opmerkelijk advies is acht hij dat een bedrag van 443»76 redelijk is. Het raadslid van Wees merkt op dat het raadslid Looi.ien het advies van de inspecteur opmerkelijk vindt. Dit is naar zijn mening inderdaad juist maar dan op andere gronden. De rijksbijdrageregelingen voor de scholen staan de cp de nullijn. Naar de mening van het C.D.A. is het onderwijs een rijkstaak, dat wil niet zeggen dat je dan als gemeente geen taak hebijrof verantwoordelijk heid. Het is wel zo dat in Nederland altijd voorgehouden is dat dit een rijkstaak is. Hij heeft er geen moeite mee als er een verhoging moet komen. Hij kan alleen niet begrijpen dat een inspecteur komt met een bedneg dat ver uitgaat boven de verhoging van 3 >59^» welke door het rijk wordt toegelaten. Omdat de overheid zelf op de nullijn blijft zitten vindt hij dit een meten met 2 maten. De inspecteur adviseert verhoging van de uitkering terwijl zijn baas handhaving van de nullijn propageert. Tenslotte stelt hij namens zijn fractie voor het voorstel aan te houden om de aantijgingen van het raadslid de Ru ten opzichte van het college te onderzoeken in het bijzonder de vraag of in het schoolbestuur door de heer de Ru genoemd, het voltallig schoolbestuur begrepen mag worden of dat hier enkele leden bedoeld worden. Het raadslid de Ru verklaart te hebben gesproken met enkele leden van het schoolbestuur. De voorzitter verklaart nadrukkelijk aan het schoolbestuur te hebben gevraagd, of men met het voorstel akkoord ging. Hij heeft alle leden persoonlijk aangekeken en men heeft ja gezegd. De verhoging is 5$» deze wordt landelijk aangehoudenMet dit bedrag per leerling zit Putte altijd nog hoger dan de gemeente Woensdrecht. Het college kan het voorstel niet terugnemen daar de raad voor 1 maart een beslissing moet nemen. Het college zal zich verstaan met de voor zitter, omdat deze gang van zaken erg betreurd wordt. Wat heeft men aan dergelijke onderhandelingen en waar ben je in zo'n geval mee bezig. Het raadslid Looi.ien vindt dat de raad het laatste woord moet hebben. Hij is het er niet mee eens dat het college bepaalde zaken vooraf gaat regelen en dat de raad alleen maar ja hoeft te knikken. Als blijkt dat tijdens een dergelijk gesprek de suggestie gedaan zou zijn dat de gemeente niet meer kan doen dan moet ieder raadslid de vrijheid hebben om deze zaak in de raad uitvoerig aan de orde te stellen en eventueel met amendementen naar voren te komen. Het opmerkelijke aan het advies van de inspecteur is dit dat de inspecteur waarschijnlijk al rekening gehouden heeft met een terugloop

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1981 | | pagina 15