moeten wijzigen, dan wil hij dat graag naar het bestuur overbrengen. Het college vindt de opmerking en het feit dat er gekort is, terecht. Het college is het met het raadslid de Bruijn eens dat niet gezegd moet worden:"doe er maar 2,contributie per maand bij." Compensatie kan ook op een andere manier plaats vinden. Op welke manier de vereniging dat doet is haar zaak. Het gemeentebestuur moet niet op de stoel van het bestuur van Musis Sacrum gaan zitten. Wethouder Buijs stelt tenslotte dat Mevrouw Emke's vraag over het funktioneren van het godsdienstonder wijs bij de beantwoording van de vragen van de heer Looijen is behandeld. Het raadslid Looi.jen komt terug op het onderwerp van de vakleerkracht bij de fanfare. Zijn vraag is of de vakleerkracht bevoegd is examen af te nemen voor erkende diploma's c.q. getuigschriften, zodat er een door- stromingsmogeli jkheid is naar bij voorbeeld Bergen op Zoom. Hij heeft uit het antwoord van de heer Buijs begrepen, dat hij op dit moment niet weet of hij daartoe bevoegd is. Wethouder Buijs heeft immers gezegd, dat wanneer de vakleerkracht niet bevoegd zou zijn examen af te nemen voor erkende diploma's c.q. getuigschriften het dan goed zou zijn aan de SOMÏÏO advies te vragen. Be heer Looijen vindt het dan een wat vreemde zaak dat er verschillende malen gezegd is, dat hij bevoegd is. Be heer Looijen vindt, evenals het college dat, als er geen verschil is in de waarde van de diploma's die in Putte kunnen worden behaald en de diploma's die aan de muziekschool in Bergen op Zoom kunnen worden behaald, er geen onderscheid gemaakt mag worden in subsidiëring. Wanneer verhoging van het subsidiebedrag voor het muziekonderwijs in Bergen op Zoom aan de orde zou worden gesteld, dan zou er ook een verhoging van het subsidie bedrag moeten komen voor het muziekonderwijs dat bij de fanfare in Putte genoten wordt. Voor wat betreft de exploitatieopzet van de fanfare en de bejaardenbond, haalt hij nogmaals aan dat er wel een exploitatieopzet is van de Peuterspeelzaal. De Peuterspeelzaal heeft ook een verzekerings penning gekregen, evenals de fanfare en de bejaardenbond. Deze vergelijking wil de heer Looijen maken. Hij vindt het galant van de mensen van de Peuterspeelzaal, dat zij een exploitatieopzet hebben gegeven. Het raadslid de Bruijn stelt als voorzitter ian de fanfare, dat de eerste beginselen van de muziekopleiding worden gedoceerd door een erkende dirigent. Deze man heeft een HAFA-diploma. Hij heeft tevens het conserva torium gevolgd. De heer de Bruijn neemt aan dat hij dus wel bevoegd is voor de eerste beginselen van de muziekopleiding een diploma af te geven. Dat gebeurt ook. Daarnaast biedt de HAPA de mogelijkheid een opleiding te volgen voor eerst een A, daarna een B en tenslotte een C-diploma. Dit, uitsluitend met betrekking tot HAPA-muziek. Voor wat betreft de opmerking over de Peuterspeelzaal van de heer Looijen stelt wethouder Buijs, dat de heer Looijen de begroting van de Peuterspeelzaal vergelijkt met die van de fanfare en de bejaarden. Het bestuur van de Peuterspeelzaal verwacht, begin 1981, nog een bedrag van die verzekeringspenning over te hebben en verwacht die in 1982 te gaan besteden. Als de bejaarden of de fanfare dat niet verwachten, dan heeft het met de begroting niets te maken. Het raadslid Looijen wenst tenslotte nog op te merken en aangetekend te hebben, dat hij zijn standpunt ten aanzien van Stichting Dekenaat Bergen op Zoom, nl. dat de kosten voor 75i° gehonoreerd moeten worden, handhaaft. Dat zou betekenen 3«585»voor de vakleerkracht. De voorzitter zegt toe dat dit wordt genotuleerd. Zonder dat hierna nog iemand het woord verlangt of stemming wordt over eenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 13a. Voorstel van burgemeester en wethouders tot aankoop van een perceel grond aan de Hogebergdreef van de heer J. Valkenborg. Het raadslid Looijen zegt, dat het feit, dat een bedrag van 480, voor 8m2 grond wordt betaald, mogelijk in de toekomst een omstreden punt wordt. Er gaat door de raad 60,per m2 betaald worden. De fractie

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1981 | | pagina 124