2. fa de eerste schriftelijke stemming doet de Voorzitter voorlezing van de uitslag. Op het raadslid de light zijn 4 stemmen uitgebracht en op het raads lid Bensbaeh 3 stemmen,zodat het raadslid de light met meerderheid van stemmen is gekozen tot wethouder. De Voorzitter stelt,dat de verkiezing niet inhoudt,dat de heer de light als eerste wethouder zal optreden,hetw®Ik door het ooilege van B W nader dient te worden geregeld. Het raadslid Bensbaeh vraagt vervolgens de Voorzitter om schetsing van de "Vergadering voor het plegen van "beraad. Met instemming van de vergadering schorst de Voorzitter de vergadering voor de duur van 5 minuten. De raadsleden Bensbaeh,van linden en Janssens verlaten de raadszaal. Ia huh terugkomst in de raadszaal heropent de Voorzitter de vergade ring en stelt de tweede stemming aan de orde& Ia de tweede schriftelijke stemming blijkt,dat op het raadslid de Bruijn 4 stemmen en op het raadslid Bensbaeh 3 stemmen zijn uitgebracht, zodat ook het raadslid de Bruijn met meerderheid van stemmen tot wet houder is gekozen. De Voorzitter vraagt aan raadslid de light en aan raadslid de Bruijn of ze hun funktie aannemen.Beide antwoorden bevestigend. Hij richt vervolgens een gelukwens tot de beide nieuw gekozen wethou ders .Hij zegt,dat er reeds vier jaren is samengewerkt en er vele be langrijke zaken en beslissingen aan de orde zijn geweest waarover men het altijd niet met elkaar eens is geweest maar t&ch steeds een uitweg is gevonden,Hij stelt,dat het verder buiten hem om een zaak van de raad en de wethoudersverkiezing is en zegt er van overtuigd te zijn,dat feat in de komende vier jaar in dezelfde goede samenwerking en prettige ver standhouding verder zal gaan. Vervolgens verzoekt hij aan de beide wet houders om hun zetels in te nemen. Hoewel-aan de sluiting van de vergadering toezijnde vraagt de Voor zitter of er iemand van de raadsleden nog iets te vragen of op te mer ken heeft. Hij stelt,dat hij daarvoor in de vergaderingen steeds ruime gelegenheid en vrijheid gelaten heeft maar eerder wel is afgesproken, dat kleine en minder belangrijke zaken rechtsstreeks met de technisch ambtenaar en/of dienst gemeentewerken of met de betreffende wethouder zullen worden besproken en afgehandeld. Het raadslid Bensbaoh betuigt" zijn erkentelijkheid voor de vrijheid die steeds gelaten ms en wordt en merkt op,dat in de vorige vergadering de kwestie "Ons Huis" ter sprake is geweest.Hij stelt,dat het een besluit van het college van B W omtrent de terreinhuuropzegging ,waar hij ieder verder wil buitenhouden betrof,maar wel met nadruk de aandacht wil vestigen op het zwaar ingrijpend besluit en de gevolgen die het geeft.Hij zegt,dat het voor de Stichting,die zowel op maatschappelijk als cultureel terrein zowel hier als elders in de lande veel goed werk verricht en daarvoor overal waardering ontvangttotaal onverwachts is gekomen en het bestuur zelf niet in de gelegenheid is om deze zaak met B te hespreken. Hij stelt,dat door het besluit de Stich ting zwaar wordt gedupeerd ,en zegt het persoonlijk op prijs te stel len ,dat het bestuur van de Stichting alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld om deze zaak met B W te bespreken. Hij merkt op,dat als de Stichting geen gebruik van het onderhavige terrein meer mag ma ken, straks naar een andere behuizing zal moeten uitzien,dat gezien het daglicht waarin de Stichting hier in Putte is geplaatst bij zonder moei /met klem lijk zal zijn om die te krijgen. Hij vraagt/of het niet mogelijk is om deze zaak terug in goede banen te leiden êa de Stichting de gele genheid te bieden om terug te komen zij het onder nadere te bepalen vo®rwaarde:fe. Hij verzoekt namens de raad deze zaak in andere en terug in goede hanen te leiden. De Voorzitter antwoordtdat er uiteraard over deze kwestie in het col lege van B zwaar is beraadslaagd en de raad van de uiteindelijk genomen beslissing in kennis is gesteld. Hij merkt op,dat van de zijde van de pers deze zaak nogal zwaar van de sociale kant is benaderd en er in het gepubliceerde artikel nogal onjuistheden voorkomen.

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1970 | | pagina 84