- 5 - het maximumbedrag aan kasgeldleningen voor het tijdvak 1 maart tot 1 juni 1970 vastgesteld op ƒ,1,300,000, X.Voorstel van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de 1e begrotingswijziging 1970 (plaatsing lichtmasten Hogebergdreef en XI.Voorstel van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de 2e begrotingswijziging 1970 (herstraten Hogebergdreef)T Met instemming van de vergadering stelt de Voorzitter deze punten tegelijk ter behandeling aan de orde. Hij geeft voorlezing van de voornaamste passages uit de betreffende prae-adviezen van B.en W. waaruit blijkt, dat voor uitbreiding van de straatverlichting ƒ.5.600,— en voor de herbestrating van de Hogebergdreef ƒ.14.500,— is begroot. Het raadslid Bensbach stelt, dat de herbestrating, die door de aannemer had moeten gebeuren, een schadepost voor de gemeente is. He Voorzitter antwoordt, dat nu de herbestrating in de kostenbegroting wordt opgenomen en er in het bestek rekening mee wordt gehouden, dat na twee of drie jaar herbestraten moet plaatsvinden. Het raadslid Bensbach vraagt of het toch niet zo is dat men een nieuwe weg later moet bijwerken. Op verzoek van de Voorzitter antwoordt de heer van Boppelen dat her- bestraten als regel niet in het bestek maar wel in de kostenbegroting wordt opgenomen. Men blijft dan vrij en kan die zo nodig door een ander laten uitvoeren. Het raadslid Suykerbuyk vindt het niet normaal dat een nieuwe weg niet herbestraat wordt. De Voorzitter antwoordt, dat het in het bestek kan worden opgenomen maar men dan. aan de betreffende aannemer gebonden is. Het raadslid Suykerbuyk zegt, dat het hem wel duidelijk is maar het niet herbestraten door de betreffende aannemer nu een schadepost voor de gemeente betekend. He Voorzitter vraagt aan de heer van Poppelen hoelang men de aannemer kan binden, De heer van Poppelen zegt, dat het meestal zo is, dat de openbare nuts bedrijven er nadien met leidingen door moeten en men de betreffende aannemer van de bestrating daarvoor niet verantwoordelijk kan stellen. Het raadslid Suykerbuyk vraagt hoe het met het herbestraten in plan "West" zit, De heer van Poppelen antwoordt, dat het daar voor de aannemer ook alleen straten was. Hij zegt, dat een straat eerst zodanig bebouwd moet zijn en men ze zolang moet laten liggen, vooraleer men tot herbestraten overgaat Hij merkt op, dat de herbestrating van "West" in de toekomst nog wel in de raad aan de orde komt. raadslid van linden zegt, dat de gemeente alles wel zal moeten beta len en hij eerder eenzelfde vraag heeft gesteld over de herbestrating van de Antwerpsestraat die volgens het ontvangen antwoord van de voor zitter zou plaatsvinden. Be Voorzitter antwoordt, dat dat ook inderdaad is gebeurd. raadslid van Linden stelt, dat er niet veel van te bemerken is en zijn inziens de herbestrating van de Antwerpsestraat tot aan het erxhof veel belangrijker is dan die van de Hogebergdreef, die niet zo erg nodig is. |~e^a.Q.Bder de Bruyn antwoordt, dat de heer van Linden er met zijn laatste beweringer toch wel ver naast is, De Voorzitter merkt op, dat de Antwerpsestraat provinciale weg is en er van de zijde van de provincie niet is gereageerd, want als de oorzaak dij de gemeente lag, het wel vlug zou zijn gebeurd. Het raadslid van Linden vraagt of het betreffende krediet alleen voor de Hogebergdreef mag worden aangewend, He JPorzitter aa-twoord bevestigend, terwijl de heer van Poppelen op~ kiend kostenbegroting zo rieel mogelijk is opgezet en uitge- Zonder hoofdelijke stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders en conform de aangeboden concept-wijzigingen

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1970 | | pagina 7