Het raadslid Bensbach zegt hierna in het kort enige kantteke ningen te willen plaatsen bij de voorgestelde subsidies. Met het voorgestelde subsidie aan het Wit Gele Kruis alsmede Y.Y.O.V, en de Hobby-club wordt zonder meer accoord gegaan. Wat betreft de voorgestelde subsidies aan de Stichting Putte, de Stichting Putse Carnaval en de Bond van bejaarden en ge- pensionneerden, merkt het raadslid Bensbach op dat deze subsidies door elkaar lopen. De Stichting Putte voert n.l. een bedrag op de begroting op van 450,— voor de verzorging van het kinder carnavalsfeest en de carnavalviering voor de bejaarden. Deze post hoort hier niet thuis maar bij de Stichting Putse Carnaval* Hij vraagt zich af waarom de Stichting Putte hiervan een potje moet maken, daar de subsidie voor carnaval over 1969 ook niet in de pot van de Stichting Carnaval is gekomen. Yerder stelt het Raadslid Bensbach dat de aangevraagde subsidie door de bejaarden ad 1500,al aan de lage kant uitkomt als men nagaat dat in andere gemeenten ƒ6,— pei/persoon wordt ge subsidieerd, Dit zou voor de bejaarden van Putte met 300 leden 1800,™ betekenen. Nu wordt echter voorgesteld om dit bedrag van 1500,-- ook nog te verlagen, De_ Voorzitter interrumpeert hier de heer Bensbach en stelt dat het voorstel is om de gevraagde verhoging te halveren. Het raadslid Bensbach vervolgt zijn betoog en concludeert dat de Stichting Putse Carnaval het stiefkind blijkt te zijn van andere verenigingen. Door deze Stichting wordt een subsidie gevraagd van 1250,— en voorgesteld wordt een subsidie te verlenen van 420, Dit is een geweldig verschil We hebben hier te maken met een nieuwe Stichting welke haar zaken behoorlijk voor bereid en afwerkt. In het gevraagde subsidie ad 1200,— is een bedrag verdisconteerd van 800,h. 900,'- voor de aanschaffing van een nieuw prinsenpak en narrenpak. Waarom wordt dit niet toegestaan? De zaak ligt hier toch precies zoals bij de fanfare. Deze laatste krijgt een voorschot voor aanschaffing van instrumenten terwijl voor de aflossing hiervan een subsidie wordt verleend. In feite krijgt de fanfare dus de instrumenten en de uniformen cadeau. Waarom is niet hetzelfde gehandeld bij de Stichting Putse Carna val voor de aanschaffing van deze pakken. Dat is toch hetzelfde als instrumenten. Hierna komt het raadslid Bensbach bij het voorgestelde subsidie aan de fanfare "Volharding". Hij stelt, dat wanneer men een vergelijking maakt met de subsidiëring van fanfares in andere gemeenten n.l. Ossendrecht en Woensdrecht, het rechtvaardig is om naast de subsidiëring ook andere elementen te vergelijken. Ossendrecht1s fanfare speelt 2 afdelingen hoger dan Putte. Daarnaast is een contributie van 398,— voor 30 leden wat neer komt op 10,— per lid per jaar toch wel aan de lage kant. Daar bij moet men niet vergeten dat deze leden allen werkende mensen zijn,terwijl de contributie bij Y.V.O.V. veel gunstiger ligt, waarbij nog vele kinderen zijn betrokken. Verder is het raadslid Bensbach van mening dat het aangevraagde subsidie door de fan- fare behoorlijk is opgeschroefd. De ontvangsten zijn bijzonder laag terwijl er 4&5 posten aan de uitgavenkant te hoog zijn berekend. De overgelegde begroting is heel summier opgesteld. Hij stelt dat deze vereniging de rekeningen maar eens moet over leggen van de werkelijke uitgaven. Voor de ene vereniging moet dit wel gebeuren zodat men dit bij andere verenigingen ook maar moet toepassen. Het gevraagde en voorgestelde subsidie ad 2650,is aan de hoge kant in vergelijking met andere vereni gingen zoals de bejaarden en de Stichting Putse Canaval. Hij stelt derhalve voor het opgevoerde bedrag bij de Stichting Putte voor het organiseren van het kindercarnavalfeest over te hevelen naar de Stichting Putse Carnaval, de voorgestelde subsidie aan de fanfare te verlagen en het voorgestelde subsidiebedrag voor de bejaarden te verhogen tot 1500, Hij concludeert dat er

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1970 | | pagina 130