-9- aangetroffen over de opheffing van het cadaverhuisjewaarvoor hij zijn compliment maakt. Hij vraagt of de in de tweede laatste alinea van de brief bedoelde mededeling van de Inspecteur van de Volks gezondheid, met betrekking tot het tijdelijk opalaan en bewaren van afvallen, zwart op wit staat. Secretaris van Kaam antwoordt, dat het tijdens een bespreking in bijzijn van de Burgemeester, de technische ambtenaar van Poppelen, en hemzelf, door de Inspecteur van de Volksgezondheid is verklaard. Voor het oplossen van eventuele problemen dient men zich met hem in verbinding te stellen. Het raadslid van hinden vraagt of eenzelfde brief ook, ondermeer aan Baars en Adriaansen, is verzonden. Secretaris van Kaam antwoordt, dat het gebeurd is en ook aan alle landbouwers. Het raadslid van Linden vraagt verder, wat de bedoeling met het cadaverhuisje is en of het wordt afgebroken. Be Voorzitter antwoordt, dat het laatste het geval is. Het raadslid van linden merkt op, dat het materiaal dat gebruikt wordt bij begrafenissen nogal ver van de begraafplaats opgeslagen ligt. Hij vraagt of het cadaverhuisje daarvoor niet kan worden ge bruikt. Be Voorzitter antwoordt, dat voor het bedoelde materiaal op de be graafplaats zelf een voorziening zal worden getroffen en daarvoor aan de raad in de voJfgende vergadering een voorstel zal worden ge daan. Het raadslid van Linden wijst op de garagebouw door Wouters uit België. Hij zegt, dat er geen bezwaar tegen-de bouw van een garage was en daarvoor vergunning werd verstrekt. In afwijking van de ver gunning werden echter door de persoon in kwestie 2 garages gebouwd. Boor de technisch ambtenaar van Poppelen is toen terecht,de bouw stopgelegdHij stelt, dat men toen naar Wethouder de Bruijn is gestapt en op zeer korte termijn een aanvullende vergunning voor een tweede garage is verleend.Hij vraagt wat de functie van de heer van Poppelen dan eigenlijk is. Hij vindt het vreemd, dat andere aanvragers lang op vergunning moeten wachten, Be Voorzitter antwoordt, dat de heer van Linden wel slecht is inge licht. Hij zegt, dat de bouw inderdaad door de heer van Poppelen is stilgelegd en dat dit ook in het College van B W aan de orde is geweest. Boor de technisch ambtenaar was op een inmiddels inge diend bouwplan voor 2 garages van de persoon in kwestie gunstig ge adviseerd en kon dus zonder bezwaar een aanvullende bouwvergunning worden verleend. Het raadslid van Linden zegt, dat andere mensen zelfs jaren op hun vergunning moeten wachten onder andere P.v.d.Bergh. Be Voorzitter antwoordt, dat men het genoemde geval niet zelf in de hand had en dat het een zaak van de Provinciale Planologisch Bienst was Het raadslid'van Linden zegt, dat hij het vlugger en makkelijker verlenen van vergunning aan de ene dan aan de andere niet kan vol gen. Hij maakt vervolgens een compliment over het opmaken van de begraafplaats, maar dat men dan niet naast de begraafplaats aan de zuidzijde mag kijken. Hij zegt, dat veel zavelgrond van de,, be graafplaats in de daargelegen gracht is terecht gekomen, die thans helemaal dicht zit en wateroverlast bezorgd. Hij stelt voor om een vaste man voor de begraafplaats aan te stellen. Hij zegt, dat hij wel iemand kent die dat wil doen, Be Voorzitter antwoordt, dat de afwatering door de technische dienst zal worden bekeken. Hij zegt verder, dat hij naar aanleiding van de in de vorige vergadering gemaakte opmerkingen over het schoonhouden en het verspreid liggen van beenderen, zelf de dag daarna reeds om acht uur 's-morgens ter plaatse de zaak heeft be keken, Hij zegt zegge en schrijven 1 beentje te hebben gevonden. Hij merkt verder op, dat gemeente-arbeider Baemen al eerder als

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1970 | | pagina 119