-3- van een woning aan de heer Zulik. De Voorzitter deelt mede, dat het College er op het ogenblik meer voor voelt om mensen voor een woning in aanmerking te laten komen, welke hier in de regio woonachtig zijn. Hij wil op deze manier voorkomen dat er mensen uit Rotterdam en Sliedrecht hier een huis betrekken en dan nog om werk moeten gaan zoeken. Hij zegt overigens niets ten nadele willen zeggen van de mensen uit Rotterdam en Sliedrecht. Het raadslid Bensbach zegt, dat de 'Voorzitter de gegevens van de mensen wel kan weten, maar de raadsleden .hebben hier geen kennis van. Hij vraagt of het niet mogelijk is bij iedere woningzoekende de nodige inlichtingen op de lijst aan te geven. De Voorzitter vraagt het raadslid Bensllabh waar hij dergelijke inlichtingen vandaan moet halen. Het raadslid Bensbach stelt voor, dat wanneer een keuze is gemaakt bij"de betreffende gemeente van herkomst inlichtingen te vragen. De Voorzitter memoreert het geval Kèmmers. Hij zegt zich in alle bochten te hebben moeten wringen om niet te liegen bij het geven van inlichtingen. En zo gebeurt het overal.Over iemand die men graag kwijt, is, zal men steeds min of meer goede inlichtingen geven. Het raadslid Bensbach vindt het juist dat er behoorlijk geselec teerd wordt. De Voorzitter verwijst nog naar de hoek van de Rozenstraat waar door een paar gezinnen de hele wijk wordt omlaag gehaald. Hij stelt, dat het College die mensen zoekt waarvan men enige bekendheid heeft b.v. uit de regio. Het Raadslid Bensbach zegt, dat het voor de raadsleden een vreemde zaak is, daar zij helemaal geen inlichtingen hebben. Daarnaast maakt hij nog melding van enkele gevallen 'welke nog steeds op de lijst staan en helemaal geen woningzoekenden meer zijn. De Voorzitter zegt, dat dit een moeilijke zaak is, daar deze mensen zich niet komen afmelden. Het raadslid Bensbach repliceert, dat de gemeente toch periodiek deze mensen kan aanschrijven of zij nog prijs stellen op een woning onder vermelding evenwel, dat zij aan dit schrijven geen verwachtingen moeten koesteren. De Voorzitter noemt nog een'geval van een portugese werknemer van de fa. G-latt, welke hier staat ingeschreven maar in België ver blijft. Het raadslid Bensbach blijft er bij dat men op deze manier een verkeerd beeldkrijgt van de lijst van woningzoekenden. De 'Voorzitter zegt, dat men er geen verhaal bij kan schrijven. Het blijft van "God zegene de greep" aldus de Voorzitter. Het raadslid Bensbach kont nog terug op het geval Claassen. Hij zou hiervoor toch graag een oplossing zien. De Voorzitter zegt, dat men ze niet uit de gemeente kan zetten. Wij kunnen de caravan af laten-- keuren maar dan komt ze om een woning. Ze heeft zich zelf in de moeilijkheden gewerkt. Daarnaast had zij in België ook wel een huis kunnen krijgen. Als wij deze mensen nu aan een huis helpen, verwacht de Voorzitter nog neer van deze klanten, In dit verband bezigd hij het spreekwoordj "Woorden wekken, voorbeelden trekken' Het raadslid van linden heeft bezwaar tegen toewijzingen van de woningen aan de 2 ongehuwd en v.Wees 'en Eulik) De Voorzitter verwijst nogmaals naar de goede verstandhoudingen net de marechaussee en vindt dat de gemeente hier een gebaar moet maken tegenover dit korps,. Hij zou het betreuren dat de marechaussee uit onze gemeente zou vertrekken. Het raadslid van linden zag liever een gehuwd paar in de woningen konen. Wethouder de Bruijn zegt, dat men niet mag discrimineren tussen gehuwden, en ongehuwd en'. Hierna volgt een discussie net als thema dat ongehuwd en oin een

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1970 | | pagina 106