ambtenaar op te treden. De heer van de 3ande zeide niet te kunnen komengi omdat hij weg moest. De boodschapper merkte op, dat van de sande rustig bleef zitten om zijn courant te lezen en heeft hem de eerste tyd na dien niet zien vertrekken. De Voorzitter zegt verder deze aangelegenheid met de Wethouders te hebben besproken, die evenals hij een voortduren van dezen toestand niet kunnen goedkeuren en niet in het algemeene belang der gemeenet achten en stellen daarom voor de ambtenaren van den Burgerlijken Stand A.G.Leijs en L.van de Sande met ingang van heden te ontslaan. De heer Leijs zeide den Voorzitter erg dankbaar te zijn voor het voorstel en verder dat hij toch al van plan was zich te bedanken als ambtenaar van den Burgerlijken Stand en dat hijeen voorstel heeft n.l. de eerste ambtenaar van den Burgerlijken Stand te ontslaan wegens ern stig plichtsverzuim. Hij vond het alles behalve netjes dat bij afwezig heid van den eerste ambtenaa r te voren daarvan geen kennis werd gegeve aan den plaatsvervangende ambtenaar. De Voorzitter vraagt waar in de wet geschreven staat, dat bij de afwezigheid van den eersten ambtenaar den plaatsvervangende ambtenaar moet gewaarschuwd worden. De heer Leijs zegt dit niet te weten en stelt voor over te gaan tot ontslag van de eerste ambtenaar wegens grootelijk plichtsverzuim. De Voorzitter zegt niet in het openbaar te willen verklaren waar om hij de eerste maal de heer Leijs niet te voren heeft gewaarschuwd. Eij heeft daarvoor zeer ernstige redenen en kan niet toestaan, dat de heer Leijs zonder toezicht ter secretarie verblijft. Hij merkt den heer Leijs op, wanneer hij dat als een groot plichtsverzuim beschouwt, hij hem zóu willen vragen, hoe het zijn persoonlijk optreden is aan te merk en in b.v. het jaar 1927 in zake het beheer der gemeentefinancieën, waarvan de rekening binnenkort zal worden aangeboden en waarop een zeer groot tekort is door grove nalatigheid van de vorige Raad n.l. de in komsten op peil te brengen en door het doen van ongehoorde en noode- looze uitgaven. Hierop blijft de heer Leijs het antwoord schuldig. De heer van de Sande zegt zich geheel aan te sluiten bij de woorden van den heer Leijs. De heer ytfijnings keurt het voorstel van Leijs niet eens een be- speking waard, daar bet druipt van kant en wijd. De heer ph.Hendrikx wilde zich ook buiten stemming houden, doch de Voorzitter wijst hem er op, dat hij waar fcervergadering is volgens zijn eed verplicht is voor of tegen te stemmen, wijl hij daarbij toch beloofd heeft de belangen der gemeente te behartigen en merkt verder op, dat wanneer Hendrikx blijft weigeren om zijne stem uit te brengen hij hem daartoe niet verplichten kan. Hij vraagt de heer Hendrikx daar na dit dan ook als plichtsverzuim behoort^aangemerkt te worden. Hierna brengt de heer Hendrikx zijn stem met -voor-uit. Met 3 tegen 4 stemmen wordt het voorstel van den heer Leijs ver worpen. Voor de heeren Leijs-van de Sande en Ph.Hendrikx.Tegen de heere Wouters-Wijnings-Hendriks-en Hoendervangers Het ontwerp-bësluit Van Burgemeester en Wethouders werd daarna met 5 stemmen aangehomen. De heeren Leijs en van de Sande onthie Iden zich van stemming. 4. Benoeming van ambtenaren van den Burgerlijken Stand. De Voorzitter stelt namens Burgemeester en Wethouders voor nog 3 ambtenaren van den Burgerlijken Stand te benoemen. Dit voorstel wordt met algemeene stemman aangenomen, waarna hij namens Burgemeester en Wethouders voor benoeming aanbeveelt: i

Raadsnotulen

Putte: Notulen gemeenteraad, 1928-1996 | 1928 | | pagina 37