dat Burgemeester en ?/ethouders onkundig zijn van deze zaak en dat zij niet met deze wijze van doen symoathiseerenomdat in de courant heeft gestaan,dat de R.K.Raadsfractie hierom trent reeds vergaderde, terwijl Burgemeester en Wethouders nu voor het eerst mogen vernemen wat men wenscht mede te deelen. De heer VERHEI .JEN, voortgaande zegtdat bij de be sprekingen is gebleken,dat men voornemens is electrische ovens te bouwen voor het smelten van ijzer,met daarnaast een electrischen carbid-oven. Na den eersten oven in exploitatie te hebben gebracht zou een tweeden oven worden gebouwd,die de produetie zou verdubbelen,welke na een jaar een productie zou kunnen hebben van 20 ton per dag. De maatschappij zou geen ertsen smelten,doch slechts schraapsel en draaisel tot ijzer verwerken. Naar spreker zegt zijn in 't buitenland tal looze dergelijke bedrijven in werking. De heer F BROOS merkt op,dat bij Dusseldorf een der gelijke fabriek staat,die nooit heeft gewerkt. De heer VERHEIJEN vervolt,dat het bedrijf zal pijpen- gieten en walsén en dat het afzetgebied verzekerd is. Met cijfers zal spreker de vergadering niet vermoeien,omdat men deze kan vinden in de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Spreker berekent,dat aah het bedrijf het eerste jaar 60 a 70 personenwaarvan 50 ongeschoolden en het tweede jaar 250 personen,waarvan 150 ongeschooldentewerk zouden kunnen worden gesteld,bij welke cijfers geen rekening is gehouden me de verwerking van de producten. Spreker acht dit van groot belang voor de gemeente. Een en ander maakte noodig,dat moest worden uitgezien naar een groot ter-ein,waarvoor in aanmerking komen het complex van de voormalige fabrieken der firma's Jager en Co. en Castelot en gronden ten zuiden van de Boschstraat. Omdat de tijd ontbroken heeft dit voorstel op andere wijze

Raadsnotulen

Roosendaal: Notulen gemeenteraad (besloten), 1919-1935 | 1928 | | pagina 7