Artikel 45 van de gemeentewet Ambtseed Bij het aanvaarden hunner betrekking wordt door de leden van den raad, in de vergadering, in handen van den voorzitter, de volgende eed of belofte afgelegd: "Ik zweer (beloof) trouw aan de Grondwet en aan de wetten des Rijks en dat ik de belangen der gemeente Wouw met al mijn vermogen zal voorstaan en bevorderen"» "Zoo waarlijk helpe mij God almachtig ("Dat beloof ik Zuiveringseed Zij worden hiertoe niet toegelaten, dan na, mede in de vergadering en in handen van den voorzitter, den volgenden eed (verklaring en belofte) van zuivering te hebben afgelegd» "Ik zweer (verklaar), dat ik, om tot lid van den raad te worden benoemd, directelijk of indirectelijk, aan geen persoon, onder wat naam of voorwendsel ook, eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb*" Ik zweer (beloof), dat ik om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen te laten, van niemand hoegenaamd eenige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk". "Zoo waarlijk helpe mij God almachtig ("Dat verklaar en beloof ik")

Raadsnotulen

Wouw: Agenda's en raadsvoorstellen gemeenteraad, 1970 | 1970 | | pagina 65