Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan "Doelen". Aan de Raad, In Uw vergadering van 2 december 1968 werd besloten om te verklaren, dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gebied gelegen ten westen van het aan de Doeldreef gelegen sportpark, omvattende de percelen sectie L nrs. 1049, 1050 en 1124 (plan "Doelen"). Het ontwerp bestemmingsplan "Doelen" heeft m.i.v. 31 oktober 1969 ingevolge artikel 23 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening gedurende een maand ter inzage gelegen. Bij brief van 27 november 1969 nr. 12859 is door de hoofdingenieur-directeur van de rijkswaterstaat in Noord-Brabant bezwaar gemaakt tegen het ontwerp bestemmingsplan. Naar de mening van de genoemde hoofdingenieur—directeur zijn op de bij het ontwerpplan behorende tekening enige gedeelten van sport velden geprojecteerd binnen de rijksaankoopgrens en in verband met de benodigde ruimte voor het aanbrengen van een afschermende wegbeplanting is het naar zijn mening ook gewenst, dat de sportvelden worden geprojecteerd op tenminste 10 m uit de genoemde aankoopgrens. Teneinde het bezwaar van de directie van de rijkswaterstaat nader te kunnen bestuderen en mede om een oplossing voor de gemaakte bezwaren te kunnen vinden, besloot Uw raad in de vergadering van 27 februari 1970 de beslissing omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan "Doelen" m.i.v. 28 februari 1970 voor ten hoogste 3 maanden te verdagen. Inmiddels heeft met de directie van de rijkswaterstaat het nodige overleg plaats gehad. Uit het overleg is gebleken, dat de gemaakte bezwaren niet langer zullen gelden, indien het bestemmingsplan wordt vastgesteld overeen komstig een enigszins gewijzigde tekening» De wijziging van de tekening houdt alleen in een verschuiving van de nieuw geprojecteerde sportvelden in zuidelijke richting. De grenzen van het plan worden niet gewijzigd. Bij zijn brief van 19 mei 1970 nr. 4472 heeft de arrondissementsingenieur van de rijkswaterstaat te Breda ons medegedeeld, dat hij zal bevorderen, dat ingeval het bestemmingsplan overeenkomstig de bovenomschreven wijze zal worden vastgesteld, daartegen geen bezwaar meer zal worden ingediend. Naar onze mening bestaan er geen bezwaren om aan het verlangen van de rijkswaterstaat tegemoet te komen. Wij stellen U daarom voor om het bestemmings plan "Doelen" in afwijking van de bij het ter inzage gelegen hebbende ontwerp behorende plantekening, vast te stellen en de oorspronkelijke plan tekening te vervangen door de thans bij de stukken gevoegde gewijzigde plantekening. Het concept-besluit met de stukken liggen voor U ter inzage. wouw, t 9 ME11970 Burgemeester en Wethouders van Wouw, de Secretaris, de Burgemeester,

Raadsnotulen

Wouw: Agenda's en raadsvoorstellen gemeenteraad, 1970 | 1970 | | pagina 46